De ongelovige Thomas heeft een punt

In dit blog heb ik er al vaker melding van gemaakt dat ik lid ben van allerlei sceptische bewegingen (Skepsis, De vereniging tegen de Kwakzalverij) Ook ben ik lid geworden van de Skepsis Groep Amsterdam. Een van de activiteiten die we ondernemen is het lezen en bespreken van boeken.

Een van de boeken is `De ongelovige Thomas heeft een punt (een handleiding voor kritisch denken)’ en is geschreven door Johan Braeckman en Maarten Boudry.

De titel van het boek verwijst naar een verhaal in het nieuwe testament. Het refereert naar de apostel Thomas die niet kon geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan tenzij het bewezen werd. Hij ging pas overstag nadat hij met Jezus geconfronteerd werd en de wonden die Jezus toegebracht waren kon zien. Jezus nam hem dat kwalijk en zei ‘Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven’. In de kerkliteratuur wordt Thomas min of meer opgevoerd als zijnde een sul. De kern van het boek is er op gericht om aan te tonen dat Thomas eigenlijk nog niet kritisch genoeg was. Uitgaande van de stelling dat buitengewone beweringen om buitengewone bewijzen vragen had Thomas beter vast moeten stellen of hij niet gewoon belazerd werd.

Het boek is opgebouwd uit negen hoofdstukken. `De ondraaglijke lichtgelovigheid van de mens` is een inleidend hoofdstuk dat ingaat op menselijk bijgeloof en toelicht wat scepticisme en kritisch denken eigenlijk inhouden. `De kwetsbaarheid van het brein` legt uit hoe we de werkelijkheid om ons heen waarnemen en hoe de dataverwerking binnen ons brein ons parten kan spelen. `Over samenzweringstheorieën` gaat uiteraard over samenzweringen maar vooral over de manier van denken van mensen die dit soort theorieën aanhangen. Enkele hulpmiddelen worden aangereikt die helpen zulke theorieën te toetsen. `Over hoaxen en cryptiden` gaat over vormen van zelfbedrog. `De trukendoos van het geheugen` behandelt herinneringen. Het hoofdstuk laat o.a. zien hoe valse herinneringen opgewekt kunnen worden en welke consequenties dat kan hebben als therapeuten doordraven. `Zelfbedrog en cognitieve dissonantie` houdt ons een spiegel voor en laat zien hoe we met feiten omgaan die niet in ons wereldbeeld passen.  `Religie en het bovennatuurlijke` gaat over de meer religieuze thema’s zoals bv het leven na de dood maar ook spoken worden kritisch behandeld.  `Wetenschap en pseudowetenschap` gaat dieper in op wetenschapsfilosofie maar laat ook zien dat het soms niet altijd even makkelijk is om te bepalen wat onder wetenschap valt of onder pseudowetenschap. In `Onzin voor gevorderden` wordt het post-modernisme  kritisch doorgelicht en kan men concluderen dat er niet veel van overblijft.

Persoonlijk vind ik dat het boek in een zeer prettige stijl geschreven is. Nadat ik er eenmaal aan begonnen was heb ik het bijna in een keer uitgelezen (aangezien ik een fulltime baan heb bedoel ik hier een paar avonden mee). Het taalgebruik is niet complex en als er `moeilijke` woorden gebruikt worden zijn deze functioneel. Een van de doelstellingen van het boek is om de lezer te helpen om helder en kritisch te leren denken en wat dat betreft is het boek een geslaagd hulpmiddel.

Als ondersteuning voor het boek is er de website, alwaar men multimediale achtergrondinformatie voor elk hoofdstuk kan vinden.

Ook vermeldenswaard is dat men bij de NRC Handelsblad Academie een CD set  kan kopen die het hoorcollege ‘Kritisch Denken’ van Johan Braeckman bevat. Dit hoorcollege is een afspiegeling van het hier besproken boek.

Auteurs:            Johan Braeckman & Maarten Boudry
Titel:                  De ongelovige Thomas heeft een punt (een handleiding voor kritisch denken)
Uitgever:           Houtekiet
Jaar:                   2011 (5de druk in 2012)
ISBN:                  9789089241887

Bekocht of behandeld?

Zeker op dit blog probeer ik er geen geheim van te maken dat ik redelijk skeptisch ben en uiterst kritisch sta tegenover allerlei zogenaamde alternatieve geneeswijzen, occultisme en andere vormen van kwakzalverij en boerenbedrog.  Enkele jaren geleden ben ik daarom lid geworden van twee verenigingen, de – Vereniging tegen de Kwakzalverij  en – Skepsis -.  Skepsis  levert een kritische blik op buitengewone beweringen, pseudowetenschappelijke theorieën, dubieuze therapieën en paranormale overtuigingen terwijl de Vereniging tegen de Kwakzalverij meer georiënteerd is op het bevechten/bekritiseren van medische  wantoestanden.

Een van de voordelen van het lid zijn van deze vereniging is dat men de symposia en congressen kan bijwonen.  Op 2 oktober 2010 ben ik aanwezig geweest bij het symposium – Bewijs geleverd? – in het Felix Meritis  in Amsterdam dat georganiseerd werd door de Vereniging tegen de Kwakzalverij. De vraagstelling die als rode draad door de presentaties liep was: Hoe oordelen consumenten, behandelaars, wetenschappers en rechters over alternatieve behandelwijzen? Alle lezingen die dag heb ik als bijzonder boeiend ervaren, maar van slechts twee sprekers heb ik het boek dat zij gezamenlijk geschreven hebben die dag gekocht. Deze sprekers waren Simon SIngh en Edzard Ernst en het boek dat ik hier wil bespreken heet – Bekocht of behandeld, De feiten over alternatieve geneeswijzen -.

Dr. Edzard Ernst, arts en professor in ‘Complementary Medicine’ aan de Universiteit van Exeter (GB). Hij stichtte in 1993 aldaar de eerste leerstoel in Complementaire Geneeskunde en doet wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van alternatieve geneeswijzen. Hij is oprichter en hoofdredacteur van twee medische tijdschriften (FACT [‘Focus on Alternative and Complementary Therapies’] en Perfusion). Hij kreeg 13 wetenschappelijke prijzen, publiceerde meer dan 1000 artikelen alsmede meer dan 40 boeken. Het ziet er naar uit dat hij deze leerstoel gaat verliezen doordat Prins Charles (een gelovige in alternatieve geneeskunde en andere soorten van bijgeloof) druk heeft zitten uit te oefenen op het universiteitsbestuur om deze leerstoel op te heffen.

Dr. Simon Singh  is een gepromoveerd deeltjes fysicus. Hij was vanaf 1991 werkzaam bij de wetenschapsafdeling van de BBC en was ook gedurende vele jaren columnist bij de Britse kwaliteitskrant – The Guardian. Hij is de auteur van populair-wetenschappelijke boeken zoals: Fermat’s Last Theorem, The Code Book, Big Bang en natuurlijk het boek dat we hier bespreken en waarvan hij co-auteur was: Trick or Treatment, Alternative Medicine on Trial. Simon Singh is werd aangeklaagd wegens smaad door de Britse Vereniging van Chiropractoren, voor het maken van een genuanceerde opmerking in een van zijn columns, een strijd die hij na twee jaar op het nippertje gewonnen heeft. De publiciteit waarmee dit gepaard is gegaan heeft ertoe geleid dat de infame Britse –Libel Laws –  aangepast gaan worden.

Het boek zelf behandeld wetenschappelijk onderzoek dat uitgevoerd is op Alternatieve geneeswijzen en bevat ook een uitgebreide discussie over de principes van dit wetenschappelijk onderzoek, de valkuilen en hoe men de resultaten moet interpreteren.

‘Onze missie,’ stellen Simon Singh en Edzard Ernst, ‘is het onthullen van de waarheid over drankjes, zalfjes, pillen, naalden, kloppen en het werken met energieën. Remedies die buiten het domein van de conventionele geneeskunde liggen en in toenemende mate worden gebruikt om patiënten te genezen.’

In Bekocht of behandeld? gaan ze op zoek naar het antwoord op de volgende vragen:
*Wat werkt er wel en wat niet?
*Wat zijn de geheimen en wat de leugens?
*Wie is betrouwbaar en wie is het alleen om het geld te doen?
*Weten de artsen van tegenwoordig wat het beste is, of zijn we meer gebaat bij oudewijvenpraat, die teruggrijpt op oude wijsheid?

Persoonlijk vind ik dit een zeer goed geschreven boek, als ik eenmaal een het lezen was moest ik mezelf soms dwingen om het weg te leggen. Niet alle denkbare alternatieve geneeswijzen worden behandeld het boek richt zich op accupunctuur, homeopathie, chiropractische therapie en kruidengeneeskunde. De reden hiervoor is eigenlijk heel eenvoudig, dit zijn de geneeswijzen waar het meeste – echt – wetenschappelijk onderzoek aan gespendeerd is. Het moge ook duidelijk zijn dat er van de meeste claims die gemaakt worden door de beoefenaars van deze geneeswijzen weinig overblijft  nadat ze kritisch beoordeeld worden. Van homepathie blijft niets over, er lijken nog enkele diuscussiepunten te zijn m.b.t. accupunctuur (mede veroorzaakt door de problemen met het opzetten van een duidelijk experimenteel kader), het werkzame deel van chiropractie lijkt niet onderscheidbaar te zijn van fysiotherapie, en alleen voor kruidengeneeskunde kan men soms duidelijke correlaties vinden. Dat laatste is natuurlijk niet helemaal vreemd aangezien vele medicijnen een oorsprong vinden in kruiden (bv aspirine, kinine). Dat de kruidengeneeskunde niet zonder extra risico is wordt ook voldoende aannemelijk gemaakt.

Daarnaast bevat het boek een interessant aanhangsel nl een snelle handleiding voor alternatieve geneeswijzen. Dit is vooral handig aangezien vooral in het wereldje van de alternatieve geneeskunde de kretologie en de eufemismen de overhand voeren. In dit aanhangsel worden een aantal alternatieve geneeskundes behandeld in de vorm: Naam, Beschrijving, Achtergrond, Wat is het Bewijs?, Conclusie.

Titel: Bekocht of Behandeld?
Auteurs: Simon Singh & Edzard Ernst
Jaar: 2010
Uitgever: Arbeiderspers (https://www.arbeiderspers.nl/web/Auteurs/Boek-5.htm?dbid=29173&typeofpage=94280)
ISBN: 9789029573139

De natuurkunde van het vrije veld

Een van de redenen voor mij om tweede hands boekhandels en kringloopwinkels af te lopen is dat je daar vooral op boeken gebied van die juweeltjes tegen komt waar je al lang naar op zoek bent of die je te duur vond om ze nieuw te kopen.  Vandaag heb ik weer eens ontzettend veel mazzel gehad. Ik bezocht vandaag de kringloopwinkel hier in Hoofddorp om wat spullen af te geven. Ik loop dan altijd even naar binnen om te kijken of er nog iets leuks te scoren is en dat was vandaag zeker het geval. Alle drie de delen van – de natuurkunde van ’t vrije veld – door M. Minnaert  (hoogleraar sterrenkunde in Utrecht) stonden daar in het rek te koop voor € 0.70 per stuk.  De pocket uitgave met harde kaft die door Thieme uitgegeven is in de 70-er jaren. Deze uitgave is in 1997 nog eens door Thieme in ongewijzigde vorm uitgebracht en daarom is deze uitgave nog steeds te koop bij Bol.  Ook bij Scheltema in Amsterdam staan ze nog steeds te koop. De prijs die je voor deze boeken moet betalen als je ze nieuw koopt is echter € 188.90 en tweede hands boekhandels zijn in het algemeen niet veel goedkoper.

Deel 1 van deze set heb ik als eens eerder gekocht via marktplaats, in dat boek zat zelfs nog het stripje polaroid dat op de achterkaft geplakt werd. Maar nu heb ik de serie dus eindelijk compleet.

Wat deze set boeken nu zo bijzonder maakt is de manier waarop hij een wandeling in de buitenlucht benaderd heeft. Tijdens zulk een wandeling kan men allerlei natuurverschijnselen opmerken en zich erover verwonderen hoe deze tot stand komen. De boeken van Minnaert reiken daarvoor de fysische verklaring aan. Minnaert is in de 30-er jaren begonnen met het schrijven van deze boeken en is er aan blijven werken tot hij in 1970 overleed.  Je kunt he bijna zo gek niet verzinnen of het komt in deze boeken aan bod, van zingend zand,  de sterren hemel, wolkenpartijen, moire effecten, lichtzuilen, de blinde vlek, de samenstelling van zeezand, luchtbewegingen, de grootte van regendruppels, etc., etc.

Het eerste deel van het vrije veld heeft in het buitenland de meeste waardering gekregen. Het behandelt de natuurkunde van licht en straling – het eigenlijke vakgebied van Minnaert, die astrofysicus was – en is in een reeks van vertalingen  verschenen.

Karel Knip van het NRC handelsblad (www.nrc.nl) (die een wekelijkse kolom heeft in de rubriek Wetenschap die ik altijd met genoegen lees en die de voornaamste motivatie is voor mijn om op zaterdag het NRC te kopen) heeft in 1993 nog een goede recensie (http://www.nrcboeken.nl/recensie/levensvolheid-in-t-vrije-veld) geschreven over deze boeken. In veel van zijn columns komen deze boeken ter sprake als naslagwerk.

Titel: de natuurkunde van ‘t vrije veld
I. Licht en Kleur in het landschap
Auteur: M. Minnaert
Jaar: 1968 (5de druk)
Uitgever: Thieme
ISBN: –

Titel: de natuurkunde van ‘t vrije veld
2. Geluid, warmte, elektriciteit
Auteur: M. Minnaert
Jaar: 1970 (3de druk)
Uitgever: Thieme
ISBN: –

Titel: de natuurkunde van ‘t vrije veld
3. Rust en beweging
Auteur: M. Minnaert
Jaar: 1972 (3de druk)
Uitgever: Thieme
ISBN: 9003908400

Nederlandstalige Scheikundige Experimenteerboeken

Er zijn eigenlijk drie Nederlandstalige boeken waarvan ik denk dat iedereen die nog wel eens thuis scheikundige experimenten wil uitvoeren ze in zijn bezit moet proberen te krijgen.

Het meest uitgebreide boek is – Scheikunde Thuis – van H.L. Heys.  Het is voornamelijk tekstueel en bevat niet veel illustraties. Het boek behandeld bijna alles wat men zou willen weten bv hoe thuis een laboratorium in te richten, glasbewerking, proeven met anorganische en organische stoffen, Het maken van kristallen, het maken en opvangen van gassen, scheikundig goochelen, elektriciteit en scheikunde, proeven met kunststoffen en voorwerpen uit plastic maken

Titel: Scheikunde Thuis
Chemische proeven voor de jeugd
Auteur: H.L. Heys
Jaar: 19?? (4de druk)
Uitgever: Thieme
ISBN: 9003915407

Een tweede ontzettend mooi getekend en uitgebreid boek dat vele experimenten bevat is – Het gouden boek van Scheikunde proeven –

Door een beschrijving van meer dan 200 proeven, verlucht met aanvullende tekeningen, wordt duidelijk op welke waarheden en wetten de moderne scheikunde is gegrondvest en hoe scheikundigen van vroeger hun ontdekkingen deden.

Onderwerpen die aan de orde komen zijn je eigen laboratorium thuis, water en gassen, zuren, basen en zouten, metalloïden, metalen, organische scheikunde, etc.

Het boek is in 1980 nogmaals door dezelfde uitgever uitgebracht onder een ander titel – Eenvoudige Scheikunde Proeven – en met een andere omslag (ISBN 902430010). De inhoud is echter exact hetzelfde.

De oorspronkelijke, Engelstalige versie, kan men soms op het internet downloaden als pdf file (The Golden Book of Chemistry Experiments – R. Brent).

Titel: Het gouden boek van Scheikunde proeven
Hoe je thuis een laboratorium inricht
Meer dan 200 eenvoudige proeven
Auteur: R. Brent
Jaar: 1961
Uitgever: Zuid-Nederlandse Uitgeverij
ISBN: –

De klassieker op dit gebied is echter het boek van J C Alders – Jongens en Scheikunde -. Ook dit boek bevat een groot aantal proeven toegelicht door vele schetsen en tekeningen. Het boek is ingedeeld in een deel, Anorganische Scheikunde en een deel organische scheikunde. Onderwerpen die aan bod komen in het anorganische deel zijn verbranding, ontleding, diffusie, osmose en colloïden, koolzuur, zoutzuur, keukenzout. Soda,  elektrolyse,  reactiesnelheid, zuren, carbonaten. acetaten, basen, zwavelwaterstof, katalysatoren, onderzoek van anorganische stoffen, metalen, koolstof en fotografie.  In  het organische deel komen verzadigde koolwaterstoffen, alcohol, aether, onverzadigde verbindingen. , aromaten, organische zuren, de inktfabricage, verfstoffen, vetten, wasproducten. harsen. kunstharsfabricage, zetmeel, kleefstoffen en stroop, suikers, enzymen, melk, eieren, vlees, hout, cellulose, kunstzijde, kunstwol, beenderen, lijm, gelatine, urineonderzoek, schoonheidsmiddelen, onderzoek van organische stoffen, lijmfabricage, biochemie, proeven met planten, vitamines en microchemie aan bod.

Titel: Jongens en Scheikunde
200 eenvoudige proeven
Beschrijving van chemische industrieën
Auteur:  J.C. Alders
Jaar: 1941 (3de druk)
Uitgever: Thieme j
ISBN: –

50 great myths of popular psychology

Enige tijd geleden heb ik me over “Vijftig grootste misvattingen in de Psychologie” gebogen.

Titel: 50 great myths of popular psychology – Shattering Widespread Misconceptions about Human Behavior
Auteur: Scott O. Lilienfeld, Steven Jay Lynn, John Ruscio, Barry L. Beyerstein
Uitgever: Wiley-Blackwell
Jaar: 2010
ISBN:  9781405131124

Titel: De vijftig grootste misvattingen in de psychologie
Auteurs:  Scott O. Lilienfeld, Steven Jay Lynn , Barry L. Beyerstein, John Ruscio , Amy Bais
Uitgever: Bert Bakker
Jaar: 2010
ISBN10:  9035135695
ISBN13:  9789035135697


Als je met dit boek begint denk je een dikke pil te verteren hebt maar gelukkig (?) blijkt ca. 1/3 van het boek uit referenties te bestaan, hetgeen in ieder geval aangeeft dat de auteurs niet over een nacht ijs gegaan zijn tijdens het schrijven van dit boek.

Al met al leest het boek gemakkelijk, tenzij men elke referentie gaat napluizen hetgeen de “leesflow” niet ten goede komt. Het boek opent met een korte introductie in de psychomythologie, waarin men een overzicht krijgt over de typisch menselijke waarnemingsbeperkingen en drogredenen die kunnen bijdragen aan het ontstaan van dergelijke mythes. De mythes die behandeld worden zijn geclusterd in 11 gebieden, te weten “hersen macht”, “van baarmoeder tot graf”, “herinneringen uit het verleden”, “oude honden nieuwe trucjes leren”, “veranderende percepties”, “ik heb een gevoel”, “het sociale dier”, “ken uzelve”, “bedroefd, kwaad en slecht”, “wanorde in de rechtszaal” en “kunde en pillen”. Elke cluster of hoofdstuk wordt afgesloten met een lijst met eenregelige toelichting van mythes die men zelf kan onderzoeken. Als startpunt worden enkele literatuurreferenties meegegeven. Ik wil in deze bespreking niet alle mythes opnoemen maar als voorbeeld wil ik wel een paar van de meer bekende opnoemen nl “de meeste mensen gebruiken maar 10% van hun hersen capaciteit”, “de meeste mensen ondergaan rond de 40 of 50 een midlife crisis”, “een positieve levenshouding kan kanker weerstaan” en  “de meeste mensen die in hun jeugd seksueel misbruikt zijn ontwikkelen ernstige persoonlijkheidsstoornissen als ze volwassen zijn”.

Hoe een mythe gefileerd wordt kan men het best illustreren met een voorbeeld, Mythe  4: Visuele waarneming wordt vergezeld door emissies vanuit het oog. De algemene benadering is om een mythe eerst toe te lichten, vervolgens de mentale denkfouten toe te lichten waarna de feiten  ter tafel gebracht worden.

Eerst wordt de lezer uitgedaagd om eens goed om zich heen te kijken, op een voorwerp te fixeren, en vervolgens de vraag te beantwoorden of er iets uit zijn ogen kwam. Voor iemand met enige optica kennis komt deze vraag heel vreemd over. Psychologisch onderzoek laat echter zien dat dit idee bewust of onbewust bij veel mensen leeft. Denk hierbij ook aan populaire comics (Superman met zijn X-ray ogen, Cyclops van de X-men met zijn laser ogen, etc.) en aan kreten zoals “priemende ogen”. Meerdere voorbeelden, met de bijbehorende referenties, worden behandeld. Ook wordt een poging gedaan om de oorsprong van deze mythe te duiden. De lichtflitsjes die men kan waarnemen bij gesloten ogen (individuele fotonen) of als men in zijn ogen wrijft is door sommigen aangegeven als een mogelijke verklaring van deze mythe. Ook de observatie dat de ogen van sommige dieren in het donker lijken op te lichten is genoemd als een mogelijke oorzaak. Echt zeker weet men het echter niet. Wat vooral interessant lijkt te zijn is dat deze mythe moeilijk uit te roeien is. Zelfs nadat mensen voorgelicht zijn over de werking van het licht en het oog, en deze verklaring ook lijken te accepteren, blijkt uit studies dat dit deze mythe na enige tijd weer terugkeert.

Waar ik met dit boek ook mee geconfronteerd werd is dat ik als “oudere jongere” in mijn jeugd veel van de beweringen die in dit boek vermeld staan voor waar heb aangenomen, hetgeen mij weer liet nadenken over de “waarom” vraag.  Het antwoord is volgens mij dat je indertijd met dit soort beweringen geconfronteerd werd op de TV, in kranten (ook de meer serieuze) en populair wetenschappelijke tijdschriften (Kijk en Natuur en Techniek). In het dorp waar ik opgroeide, was er weliswaar een bibliotheek, maar in mijn herinnering was de non-fictie sectie ook weer niet extreem groot. Ik geloof niet dat met de informatie die je daar kon vinden dit type beweringen kon fileren. Ook toen ik begin jaren 80 naar A’dam verhuisde was het niet zo dat je er zo gemakkelijk achter kon komen waar dit soort informatie te vinden was. De Openbare Bibliotheek op de Prinsengracht bevatte welliswaar veel meer boeken maar om de vraag aan de informatie te koppelen was waarschijnlijk weer net iets te lastig. Alhoewel ik het indertijd ook wat drukker had met ander zaken en me dit soort vragen wat minder vaak stelde dan ik het nu doe blijft het kernpunt echter dat in die tijden (lang…lang geleden) het vinden van specifieke informatie op een bepaald gebied veel lastiger was, en dat is tegenwoordig in het internettijdperk toch heel wat makkelijker. Er staat natuurlijk veel onzin op het web maar daar staat tegenover dat er ook  veel meer “echte” informatie te vinden is en, misschien nog wel belangrijker, dat het tegenwoordig makkelijker om informatie te koppelen. Wat nu, maar ook vroeger belangrijk was,  is dat men  enige gedegen kennis moet bezitten om de gevonden informatie op zijn waarde (zin of onzin) te kunnen beoordelen.  Gedegen kennis gekoppeld aan wat eenvoudige regels (controleer de bron) helpt je al een heel eind op weg.

Oftewel, zoals ik het ooit eens ietwat ironisch heb proberen weer te geven in onderstaande illustratie, het is een betere wereld voor skeptici in het Google tijdperk…..

The Debunking Handbook

De website SkepticalSience.com is een website die zich richt op het verklaren van de wetenschap achter klimaatsverandering maar misschien nog meer op het leveren van tegenargumenten  tegen de misinformatie die verspreid wordt op het gebied van `global warming’.  Dit doet ze o.a. door de (non)argumenten die vaak gehanteerd worden in deze discussie een voor een te behandelen en daarop een wetenschappelijk beargumenteerd antwoord op te geven. Een andere manier is het gratis als pdf file ter beschikking stellen, aan iedereen die de website bezoekt, van het  `Debunking Handbook’ dat geschreven is door John Cook en Stephan Lewandowsky (November 2011).  Het pamflet bevat 6 pagina’s aan informatie en 1 pagina bibliografie.

Ik heb voor de zekerheid nog eens in mijn Prisma woordenboek opgezocht waar `debunking` precies voor staat. Ik vond drie omschrijvingen nl. ontmaskeren, van zijn voetstuk stoten en de meer figuratieve betekenis van tot zijn ware proporties terugbrengen. De meer figuratieve betekenis spreekt me eigenlijk iets meer aan maar in het spraakgebruik bedoelt men vaker ontmaskeren.

Het boekje biedt enkele praktische richtlijnen aan die effectief om de invloed die misinformatie uitoefent te reduceren. Begonnen wordt met de waarschuwing dat als men misinformatie probeert te ontmaskeren men soms een tegenovergesteld effect bereikt en de misinformatie zelf versterkt. Bij dit type communicatie is het dus noodzakelijk om er rekening mee te houden dat een poging tot ontmaskering een averechts effect kan hebben. Het boekje biedt enkele methoden om dit effect te voorkomen. Daarnaast wordt uitleg gegeven over het meest belangrijke onderdeel van het ontmaskeringstraject nl. het presenteren van een alternatieve verklaring.

Om effectief te kunnen ontmaskeren moet men aan drie voorwaarden voldoen. Als eerste moet het weerwoord gefocust zijn op de basis feiten en niet op de misinformatie zelf. Dit om te voorkomen dat de misinformatie zelf meer aandacht krijgt. Ten tweede geeft men altijd eerst een waarschuwing dat de informatie die men gaat bespreken niet klopt. Ten derde is het essentieel dat de men een alternatieve verklaring aanbiedt waarin de kernstukken van de misinformatie opgenomen zijn.

Een van de effecten die tegen ontmaskering kan werken noemt men het  `Familiarity Backfire Effect`.  Hiermee bedoelt men dat door het proberen ont maskeren men de misinformatie herhaald en zo uiteindelijk de mythe versterkt. Door het herhalen van de misinformatie werkt de poging tot ontmaskeren averechts. De manier om dit effect the voorkomen is ervoor te waken dat men de misinformatie herhaald en zicht te concentreren op de feiten die men wil overbrengen. Indien men er niet aan ontkomt om de misinformatie te herhalen kan men het beste ervoor zorgen dat de nadruk op de feiten komt te liggen.

Een ander effect is het ` Overkill Backfire Effect’. Indien men teveel argumenten aandraagt overlaadt men als het ware degenen die men wil overtuigen en kan men eindigen met een situatie waar de misinformatie versterkt is. Het beste is om op dat gebied economisch te werken en te focussen op enkele van de meest krachtige feiten en die te presenteren op een manier die gemakkelijk te verwerken is.  Houdt het taalgebruik eenvoudig en gebruik korte zinnen. Probeer te eindigen met een eenvoudige maar sterke boodschap.

Het `Worldview Backfire Effect’ is het effect waar men het meeste last van kan krijgen aangezien het te maken heeft me de manier waar mensen naar de wereld kijken en hun culturele achtergrond. Het is praktisch onmogelijk voor iedereen om informatie onbevooroordeeld te verwerken. Als iemand al erg overtuigd is van zijn eigen gelijk zullen tegenargumenten er alleen maar toe leiden dat men in zijn opvattingen versterkt wordt. Men spendeert dan onevenredig veel tijd om tegenargumenten te verzinnen. Sceptici herkennen dit als `cognitieve dissonantie`. Dit effect is moeilijk te overkomen. Het is daarom vaak beter de aandacht in eerste instantie te richten op diegenen waarbij de misinformatie nog niet zo sterk verankerd is. Een tweede benadering heeft meer te maken met de manier waarop men de tegenargumenten brengt. Het doel is dan de informatie te verstrekken op een manier die het minst bedreigend is voor degene waarvan het wereldbeeld aangevallen wordt. Dit kan men proberen te bereiken door eerst een poging te doen het zelfbeeld te versterken (door bv een episode proberen op te roepen waar de betreffende persoon zelfbewust en krachtig is opgetreden).  Een tweede manier heeft meer te maken met het woordgebruik dat men bezigt. Probeer woorden te vermijden die als bedreigend ervaren kunnen worden (hetgeen overigens sterk afhankelijk kan zijn van de culturele en politieke achtergrond van de betreffende persoon).

Mensen verwerken informatie door een mentaal model te bouwen dat een verklaring geeft. Dat gebeurt ook met misinformatie. Als men echter valide tegenargumenten aandraagt slaat dat een gat in dat mentale model. Om dit dilemma op te lossen geven mensen toch vaker de voorkeur aan een foutief model dat compleet overkomt dan een correct model dat als incompleet ervaren wordt. Daarom is het van belang om ervoor te zorgen dat men een alternatieve verklaring kan aanbieden die het betreffende gat kan opvullen. Dat zou een gedegen uitleg kunnen zijn waarom de mythe foutief, door bv te bewijzen dat de mythe gebaseerd is op retoriek en niet op feiten. Om een alternatieve verklaring  geaccepteerd te krijgen moet deze plausibel zijn en alle geobserveerde kenmerken van de gebeurtenis kunnen verklaren.

Het laatste advies dat gegeven wordt kan men samenvatten als ‘plaatjes zeggen meer dan woorden`.  Informatie die op een grafische manier gepresenteerd is wordt beter verwerkt en begrepen. Het handboek geeft wat dat betreft enkele mooie voorbeelden.

Al met al bezie ik `The Debunking Handbook’ als een effectieve vorm van kennis overdracht.

(Een beetje frustrerend is wel dat ik voor het samenvatten van 6 pagina’s tekst en plaatjes nog altijd bijna 2 pagina’s nodig had. Niet iets wat men echt een samenvatting kan noemen ….)

Dutch translation of the Debunking Handbook