Schaalamoebe – Centropyxis aculeata

Op een NGVM microscopieavond heb ik in een monster fijn bezinksel uit de grindlaag van een aquarium een mooie schaalamoebe gevonden. Het gaat hier om de Centropyxis aculeata.

In tegenstelling tot de welbekende amorfe amoebes bezitten schaalamoebes een schaal waarin ze zich kunnen terugtrekken.  Schaalamoeben vindt men vrijwel overal waar het nat of vochtig is.  Schaalamoeben worden tot de Rhizopoden (wortelpotige) gerekend, een subdomein van de Protozoa.

De amoebe zelf is een beetje protoplasma dat in staat is uitstulpingen te vormen (schijnvoetjes, pseudopodia) waarvan de belangrijkste functie het tasten naar voedsel is, het vervolgens te omsluiten, waarna het voedsel verteerd wordt. In het plasma van elke amoebe vindt men minstens één kern, de nucleus, zichtbaar als een helder blaasje met daarin één of meer donkerder delen. Het plasmalichaam is omsloten door een schaal, de theca, waarin zich bij de meeste soorten één opening (schijnmond, pseudotoom) bevindt waardoor de pseudopodia naar buiten kunnen treden en waardoor het organisme contact heeft met het omringende milieu.

Literatuur:

  • J. Siemensma; “Schaalamoeben”; Natura; Mei 1982; p. 95-105.
  • Heinz Streble, Dieter Krauter; “Das Leben im Wassertropfen”; 12de druk; Kosmos; 2010; ISBN 9783440126349; p. 234, 235.

Grammofoonplaat

Soms zie je een foto of schets die ervoor zorgt dat je je onmiddellijk iets gaat afvragen. Recentelijk zag ik in een boek een afbeelding met daarop weergegeven geluidsspoor groeven op een oude vinyl grammofoonplaat en ik vroeg me af of ik die groeven ook op een van mijn eigen microscopen zou kunnen waarnemen. Hoogstwaarschijnlijk wel maar ik was me er niet helemaal zeker van. Ook in mijn jeugd heb ik nooit veel platen in mijn bezit gehad en ben pas een beetje muziek gaan verzamelen bij de opkomst van de CD’s. Veel herinneringen heb ik niet op dit gebied.

Om deze vraag op een betrouwbare manier te kunnen beantwoorden gaat men vervolgens op weg naar de kringloopwinkel en koopt daar voor een schijntje een oude vinyl 45 toeren grammofoonplaat, neemt deze mee naar huis en bekijkt de plaat onder de microscoop. Onder de stereomicroscoop kan men inderdaad de groeven goed waarnemen. Een foto maken is echter wat lastiger. Een USB microscoop met ingebouwde verlichting werkt dan veel beter zoals op onderstaande foto te zien is. De geluidssporen alsmede stofkorrels zijn duidelijk waarneembaar (vergroting 200 x). Ik heb nog eens goed met het blote oog gekeken maar dan zijn deze groeven niet waarneembaar.

Stuifmeel

Als er een object is dat een dankbaar onderwerp is voor microscopisten dan is het stuifmeel. Elke bloemsoort maakt zijn eigen unieke stuifmeelkorrel.

Het stuifmeel bevat de mannelijke geslachtorganen oftewel gameten van een bloem en zit opgeslagen in de helmknop van de meeldraad. Het overbrengen van stuifmeel van de helmknoppen van de ene bloem op de stempel van een bloem die tot dezelfde soort hoort heet bestuiving. In principe zijn er twee mechanismes voor bestuiving nl insectenbestuiving en windbestuiving hetgeen invloed heeft op de vorm van de stuifmeelkorrel. Stuifmeelkorrels die door insecten meegedragen worden bevatten vaak fijne uitsteeksels zodat het stuifmeel makkelijk aan het insect blijft vastkleven. Stuifmeel dat door de wind meegedragen wordt is glad en bevat luchtblaasjes zodat de korrel gemakkelijker door wind gedragen kan worden. Beide soorten zijn te zien op onderstaande foto.