Het werkt niet maar het helpt wel

Er is veel onderzoek gedaan dat bewijst dat veel alternatieve geneeswijzen niet helpen. Een centrale vraag wordt dan echter: als er zoveel overtuigend bewijs is dat het overgrote deel van al die alternatieve therapieën niet werkt, hoe komt het dan dat zoveel mensen er zo tevreden over zijn en er zich zo goed bij voelen? Hoe verklaar je dat het niet werkt maar wel helpt?  Dat is inderdaad de hamvraag en er zijn een aantal uiteenlopende verklaringen die elkaar naadloos aanvullen en versterken. Ten eerste is er wat we in de statistiek de ‘regressie naar het gemiddelde’ noemen. Je voelt je heel sIecht en wat later voel je je weer normaal. (Het omgekeerde, van je heel goed voelen terug naar normaal, wordt veel minder onthouden). Volg Je een of andere alternatieve behandeling, dan is het heel gewoon dat je daar in vele gevallen beter van wordt. Dat zou ook zonder dat middel gebeurd zijn. We zien echter gemakkelijk patronen waar er geen zijn. Zo denkt de helft van de mensen die ondervraagd worden over kruiden dat deze geen bijwerkingen hebben, terwijl ze die wel hebben.

Een tweede belangrijke factor is die van de relatie tussen de behandelaar en de patiënt. Vertrouwen, luisteren en aandacht te doen wonderen. In dezelfde lijn ligt de neiging van sociale welwillendheid. Patiënten zeggen graag tegen hun arts dat ze goed geholpen zijn, artsen tegen hun patiënten dat ze goed bezig zijn. Een vierde factor is het placebo-effect. Ondertussen wel bekend van naam, maar veel krachtiger dan de meesten denken, ook op onverwachte manieren. Het werkt bijvoorbeeld ook in de diergeneeskunde, via het baasje. Tot lot is er het niet te verwaarlozen feit dat samen met de alternatieve behandeling er dikwijls ook reguliere geneesmiddelen genomen worden. Die wel werken. In heel wat kruidenmiddeltjes zitten daarenboven bijvoorbeeld werkzame bestanddelen, iIIegaal gekopieerd uit reguliere geneesmiddelen. In ongecontroleerde doseringen en ongehoorde combinaties, met alle gevolgen van dien.

AI die misleidende factoren moeten in een degelijke klinische proef worden uitgesloten. En dan is de conclusie duidelijk. Hoe beter de studies, hoe minder effect men vindt. En zo zie je dat je goede wetenschap nodig hebt om tot betrouwbare kennis te komen en om het kaf van het koren te scheiden. Het is ook heel aannemelijk is dat zoveel dokters in bijvoorbeeld homeopathie geloven, ondanks hun wetenschappelijke opleiding. Ze zijn ooit een jonge arts geweest die van zijn chef leert dat je bij bepaalde symptomen dit of dat homeopa1isch middel voorschrijft. Sommige mensen worden beter en komen later dankbaar bij je terug. De mensen die niet beter werden of die homeopathie maar niks vinden, zie je echter niet meer terug. Als eenzaam praktiserend arts heb je dus, zonder het vogelperspectief van klinische studies, een heel selectieve kijk op de wereld. Je kent alleen de successen. Zo kan het gebeuren dat je steeds sterker gaat geloven in de methode die je gebruikt. En die overtuiging groeit almaar meer. Dat zijn mensen waar je zwaar ruzie mee krijgt als je zegt dat hun middeltjes niet werken. Hun overtuiging is bovendien sterk verankerd in een maatschappelijke positie en een stevig inkomen.

Het placebo-effect is het niet specifieke effect of het verwachtingseffect, een (soms onverwacht) positief effect dat te zien is bij het toedienen van een niet actieve stof op het zelfgenezende vermogen. Het placebo-effect wordt naar men aanneemt veroorzaakt door het vertrouwen, het geloof, de hoop en de verwachting die (onbewust) ontstaan door 1) de behandelaar en 2) het geconsulteerd worden voor een klacht en 3) de daaropvolgende behandeling. Het placebo-effect is een actief bestanddeel van elke therapeutische interactie, vaak zelfs het meest krachtige bestanddeel.

Placebo wordt het meest gebruikt in de betekenis van een positief verwachtingseffect op genezing, maar een negatief verwachtingseffect op genezing kan ook. Hiervoor wordt wel eens de term nocebo gebruikt. Meestal wordt ook een negatief verwachtingseffect een placebo-effect genoemd, omdat het nog steeds om een verwachtingseffect gaat.

Het Forer Effect

Iedereen is geneigd zich onmiddellijk te herkennen in vage en algemene beschrijvingen die men dan ziet als typerend voor de eigen unieke persoonlijkheid. In 1948 voerde Betram Forer, een Amerikaanse psycholoog, een experiment uit met (psychologie) studenten. De studenten werd verteld dat ze deelnamen aan een persoonlijkheidstest waarbij ze na afloop van de test een individuele analyse zouden terugkrijgen. In werkelijkheid kregen alle studenten dezelfde karakterbeschrijving terug die hij had geëxtraheerd uit krantenhoroscopen. De studenten werd ook gevraagd om de karakteromschrijving te beoordelen en ze vonden nagenoeg unaniem dat de analyse hun karakter perfect weergaf (gemiddeld 4.26 op een schaal van 5, een resultaat dat meerdere malen gereproduceerd is).

Enkele voorbeelden van de algemene uitspraken die Forer in zijn beschrijving had opgenomen zijn:

  • U wilt graag dat andere mensen U aardig vinden, maar u bent vaak nogal kritisch ten opzichte van uzelf
  • Hoewel U aan de buitenkant altijd gedisciplineerd en beheerst lijkt, bent U innerlijk vaak heel zorgelijk en onzeker
  • U bent er trots op een onafhankelijke denker te zijn en U aanvaardt de bewering van anderen niet zonder overtuigend bewijs

Het hier beschreven mechanisme wordt vooral door zogenaamde waarzeggers en gedachtelezers gebruikt om mensen het idee te geven dat ze inderdaad paranormale krachten hebben. Ze beginnen een sessie vaak met dergelijke algemene uitspraken en omdat de slachtoffers zich daarin al snel persoonlijk herkennen reageren deze vervolgens door antwoorden te geven die meer gedetailleerde informatie bevatten. Door op deze manier steeds meer informatie uit het slachtoffer zelf te plukken kunnen deze “artiesten” gaandeweg steeds specifiekere uitspraken doen. De techniek staat ook bekend onder de naam “cold reading”.

Point of Inquiry

Point of Inquiry een podcast die geproduceerd wordt door het  Center for Inquiry. De doelstelling van dit instituut is het bevorderen van een seculaire maatschappij gebaseerd op wetenschap, redelijkheid,  vrijheid van meningsuiting en humanitaire waardes. In elke podcast wordt iemand geïnterviewd die daadwerkelijk iets te vertellen heeft op het gebied van wetenschap, religie, politiek of een combinatie daarvan. De presentatoren zijn  Chris Mooney, auteur van The Republican Brain en The Republican War on Science; en neurowetenschapper (en opera zangeres) Indre Viskontas.

Ik heb nu een aantal van deze podcasts beluisterd heb er nog veel te beluisteren maar ben ook van plan ze allemaal te beluisteren.  Volgens mij dus een aanbevelenswaardige podcast.

Neil deGrasse Tyson in Cosmos

De oorspronkelijke Cosmos serie werd door Carl Sagan gemaakt. Recentelijk heeft Neil de Grasse Tyson een nieuwe versie gemaakt. Daarin doet deze enkele uitspraken die ik op dit blog ook wil vermelden.

Over “het hebben van antwoorden”:

“It is OK not to know all the answers. It is better to admit our ignorance, than to believe answers that might be wrong. Pretending to know everything, closes the door to finding out what is really there”.

Over de “Wetenschappelijke Methode”:

Scientific lessons were made possible by following a set of codified rules.

Test ideas by observation or experimentation, build upon those that pass, reject those that prove false, follow the evidence no matter where it leads and never stop asking questions.

Kritisch denken

Kritisch denken is een hoorcollede van Johan Braeckman over het ontwikkelen van heldere ideeën en argumenten.

Helder, kritisch denken is lastiger dan het lijkt. Mensen zijn geneigd om onterechte verbanden te leggen, patronen te herkennen die niet bestaan en toevallige gebeurtenissen als betekenisvol te zien. We hebben moeite om rationeel over waarschijnlijkheid na te denken en vertrouwen meer op anekdotische verhalen dan op wetenschappelijk onderzoek. Johan Braeckman gaat in op de psychologische factoren die het kritisch denken bemoeilijken en verduidelijkt hoe we correcter kunnen leren denken en ons kunnen behoeden voor foute vormen van redeneren.

Over de spreker

Prof. dr. Johan Braeckman doceert filosofie aan de Universiteit Gent en was ‘Socrates hoogleraar’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde o.a. Darwins moordbekentenis en, samen met prof. Etienne Vermeersch, De Rivier van Herakleitos. Een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte. Eerder verscheen van hem het hoorcollege Darwin en de evolutietheorie.

ISBN/EAN :                       9789085309215
Publicatiedatum :          2010
Bindwijze:                       Audio CD
Auteur:                            Johan Braeckman

Kritisch denken

De ongelovige Thomas heeft een punt

In dit blog heb ik er al vaker melding van gemaakt dat ik lid ben van allerlei sceptische bewegingen (Skepsis, De vereniging tegen de Kwakzalverij) Ook ben ik lid geworden van de Skepsis Groep Amsterdam. Een van de activiteiten die we ondernemen is het lezen en bespreken van boeken.

Een van de boeken is `De ongelovige Thomas heeft een punt (een handleiding voor kritisch denken)’ en is geschreven door Johan Braeckman en Maarten Boudry.

De titel van het boek verwijst naar een verhaal in het nieuwe testament. Het refereert naar de apostel Thomas die niet kon geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan tenzij het bewezen werd. Hij ging pas overstag nadat hij met Jezus geconfronteerd werd en de wonden die Jezus toegebracht waren kon zien. Jezus nam hem dat kwalijk en zei ‘Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven’. In de kerkliteratuur wordt Thomas min of meer opgevoerd als zijnde een sul. De kern van het boek is er op gericht om aan te tonen dat Thomas eigenlijk nog niet kritisch genoeg was. Uitgaande van de stelling dat buitengewone beweringen om buitengewone bewijzen vragen had Thomas beter vast moeten stellen of hij niet gewoon belazerd werd.

Het boek is opgebouwd uit negen hoofdstukken. `De ondraaglijke lichtgelovigheid van de mens` is een inleidend hoofdstuk dat ingaat op menselijk bijgeloof en toelicht wat scepticisme en kritisch denken eigenlijk inhouden. `De kwetsbaarheid van het brein` legt uit hoe we de werkelijkheid om ons heen waarnemen en hoe de dataverwerking binnen ons brein ons parten kan spelen. `Over samenzweringstheorieën` gaat uiteraard over samenzweringen maar vooral over de manier van denken van mensen die dit soort theorieën aanhangen. Enkele hulpmiddelen worden aangereikt die helpen zulke theorieën te toetsen. `Over hoaxen en cryptiden` gaat over vormen van zelfbedrog. `De trukendoos van het geheugen` behandelt herinneringen. Het hoofdstuk laat o.a. zien hoe valse herinneringen opgewekt kunnen worden en welke consequenties dat kan hebben als therapeuten doordraven. `Zelfbedrog en cognitieve dissonantie` houdt ons een spiegel voor en laat zien hoe we met feiten omgaan die niet in ons wereldbeeld passen.  `Religie en het bovennatuurlijke` gaat over de meer religieuze thema’s zoals bv het leven na de dood maar ook spoken worden kritisch behandeld.  `Wetenschap en pseudowetenschap` gaat dieper in op wetenschapsfilosofie maar laat ook zien dat het soms niet altijd even makkelijk is om te bepalen wat onder wetenschap valt of onder pseudowetenschap. In `Onzin voor gevorderden` wordt het post-modernisme  kritisch doorgelicht en kan men concluderen dat er niet veel van overblijft.

Persoonlijk vind ik dat het boek in een zeer prettige stijl geschreven is. Nadat ik er eenmaal aan begonnen was heb ik het bijna in een keer uitgelezen (aangezien ik een fulltime baan heb bedoel ik hier een paar avonden mee). Het taalgebruik is niet complex en als er `moeilijke` woorden gebruikt worden zijn deze functioneel. Een van de doelstellingen van het boek is om de lezer te helpen om helder en kritisch te leren denken en wat dat betreft is het boek een geslaagd hulpmiddel.

Als ondersteuning voor het boek is er de website, alwaar men multimediale achtergrondinformatie voor elk hoofdstuk kan vinden.

Ook vermeldenswaard is dat men bij de NRC Handelsblad Academie een CD set  kan kopen die het hoorcollege ‘Kritisch Denken’ van Johan Braeckman bevat. Dit hoorcollege is een afspiegeling van het hier besproken boek.

Auteurs:            Johan Braeckman & Maarten Boudry
Titel:                  De ongelovige Thomas heeft een punt (een handleiding voor kritisch denken)
Uitgever:           Houtekiet
Jaar:                   2011 (5de druk in 2012)
ISBN:                  9789089241887

Skepsis congres op 26 October 2013

Lid zijnde van Skepsis heb ik een keer per jaar het voorrecht het Skepsis congres te mogen bijwonen. Dat bevalt elk jaar goed. Het programma kan men op het web vinden maar enkele sprekers maakten een paar opmerkingen die ik op dit blog wilde delen.

Willem Betz

Prof. em. dr. W. Betz was hoogleraar Huisgeneeskunde aan de VUB. Hij is thans ondervoorzitter van SKEPP.  Op dit congres deelde hij zijn ervaringen die hij in België heeft meegemaakt alwaar een poging wordt gedaan om de Wet Colla werkzaam te maken. Hij deed verslag van waarlijk Kafkiaanse ervaringen met ambtenaren en een minister die niet gehinderd door feiten alleen maar politieke doelen nastreven, bereid zijn om alles recht te praten wat krom is en dan ook nog durven te beweren dat ze dit doen om het publiek te beschermen.  Enkele citaten uit zijn lezing:

  • Gezondheid is een veel te ernstige zaak om aan de artsen over te laten.
    (Refererend naar de houding van overheid en ziekenfondsen momenteel lijken aan te nemen, ook heel herkenbaar voor Nederlanders)
  • De bevolking heeft recht op een goede kwaliteit kwakzalvers.
    (Refererend naar wat deze Wet Colla lijkt te willen bereiken)
  • Het verschil tussen osteopathen en chiropractici is dat je de laatsten al van ver weg kunt horen kraken.
  • Ze noemen zich niet-conventioneel maar willen wel bij de reguliere geneeskunde gaan behoren, zonder aan de conventie te willen voldoen nl een overtuigend bewijs voor werking te geven.
    (Refereren naar wat al die zgn alternatieve geneeskundige clubjes lijken te willen bereiken met hun campagne om erkend te willen worden)
  • We hebben recht op door de staat betaalde zakkenrollers.
    (Wederom refererend naar wat deze Wet Colla lijkt te willen bereiken)

Dap Hartmann

Dr. L. Hartmann is astronoom en universitair hoofddocent innovation management and entrepreneurship aan de TU Delft. Zijn verhaal had als titel het beroemde citaat van Carl Sagan.

Uitzonderlijke beweringen vereisen uitzonderlijk bewijs

Tijdens zijn lezing gaf hij ook verslag van de observatie dat mensen die in allerlei buitenissige zaken geloven (UFO’s, graancirkels, etc.) dit meestal niet beperken tot een buitenissigheid   maar vaak ook voor het hele spectrum gaan.

Oftewel: Een bijgeloof komt nooit alleen.

Hij sloot zijn lezing af met een prachtig Calvin en Hobbes citaat:

Sometimes I think the surest sign that intelligent life exists elsewhere in the universe is that none of it has tried to contact us

Bekocht of behandeld?

Zeker op dit blog probeer ik er geen geheim van te maken dat ik redelijk skeptisch ben en uiterst kritisch sta tegenover allerlei zogenaamde alternatieve geneeswijzen, occultisme en andere vormen van kwakzalverij en boerenbedrog.  Enkele jaren geleden ben ik daarom lid geworden van twee verenigingen, de – Vereniging tegen de Kwakzalverij  en – Skepsis -.  Skepsis  levert een kritische blik op buitengewone beweringen, pseudowetenschappelijke theorieën, dubieuze therapieën en paranormale overtuigingen terwijl de Vereniging tegen de Kwakzalverij meer georiënteerd is op het bevechten/bekritiseren van medische  wantoestanden.

Een van de voordelen van het lid zijn van deze vereniging is dat men de symposia en congressen kan bijwonen.  Op 2 oktober 2010 ben ik aanwezig geweest bij het symposium – Bewijs geleverd? – in het Felix Meritis  in Amsterdam dat georganiseerd werd door de Vereniging tegen de Kwakzalverij. De vraagstelling die als rode draad door de presentaties liep was: Hoe oordelen consumenten, behandelaars, wetenschappers en rechters over alternatieve behandelwijzen? Alle lezingen die dag heb ik als bijzonder boeiend ervaren, maar van slechts twee sprekers heb ik het boek dat zij gezamenlijk geschreven hebben die dag gekocht. Deze sprekers waren Simon SIngh en Edzard Ernst en het boek dat ik hier wil bespreken heet – Bekocht of behandeld, De feiten over alternatieve geneeswijzen -.

Dr. Edzard Ernst, arts en professor in ‘Complementary Medicine’ aan de Universiteit van Exeter (GB). Hij stichtte in 1993 aldaar de eerste leerstoel in Complementaire Geneeskunde en doet wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van alternatieve geneeswijzen. Hij is oprichter en hoofdredacteur van twee medische tijdschriften (FACT [‘Focus on Alternative and Complementary Therapies’] en Perfusion). Hij kreeg 13 wetenschappelijke prijzen, publiceerde meer dan 1000 artikelen alsmede meer dan 40 boeken. Het ziet er naar uit dat hij deze leerstoel gaat verliezen doordat Prins Charles (een gelovige in alternatieve geneeskunde en andere soorten van bijgeloof) druk heeft zitten uit te oefenen op het universiteitsbestuur om deze leerstoel op te heffen.

Dr. Simon Singh  is een gepromoveerd deeltjes fysicus. Hij was vanaf 1991 werkzaam bij de wetenschapsafdeling van de BBC en was ook gedurende vele jaren columnist bij de Britse kwaliteitskrant – The Guardian. Hij is de auteur van populair-wetenschappelijke boeken zoals: Fermat’s Last Theorem, The Code Book, Big Bang en natuurlijk het boek dat we hier bespreken en waarvan hij co-auteur was: Trick or Treatment, Alternative Medicine on Trial. Simon Singh is werd aangeklaagd wegens smaad door de Britse Vereniging van Chiropractoren, voor het maken van een genuanceerde opmerking in een van zijn columns, een strijd die hij na twee jaar op het nippertje gewonnen heeft. De publiciteit waarmee dit gepaard is gegaan heeft ertoe geleid dat de infame Britse –Libel Laws –  aangepast gaan worden.

Het boek zelf behandeld wetenschappelijk onderzoek dat uitgevoerd is op Alternatieve geneeswijzen en bevat ook een uitgebreide discussie over de principes van dit wetenschappelijk onderzoek, de valkuilen en hoe men de resultaten moet interpreteren.

‘Onze missie,’ stellen Simon Singh en Edzard Ernst, ‘is het onthullen van de waarheid over drankjes, zalfjes, pillen, naalden, kloppen en het werken met energieën. Remedies die buiten het domein van de conventionele geneeskunde liggen en in toenemende mate worden gebruikt om patiënten te genezen.’

In Bekocht of behandeld? gaan ze op zoek naar het antwoord op de volgende vragen:
*Wat werkt er wel en wat niet?
*Wat zijn de geheimen en wat de leugens?
*Wie is betrouwbaar en wie is het alleen om het geld te doen?
*Weten de artsen van tegenwoordig wat het beste is, of zijn we meer gebaat bij oudewijvenpraat, die teruggrijpt op oude wijsheid?

Persoonlijk vind ik dit een zeer goed geschreven boek, als ik eenmaal een het lezen was moest ik mezelf soms dwingen om het weg te leggen. Niet alle denkbare alternatieve geneeswijzen worden behandeld het boek richt zich op accupunctuur, homeopathie, chiropractische therapie en kruidengeneeskunde. De reden hiervoor is eigenlijk heel eenvoudig, dit zijn de geneeswijzen waar het meeste – echt – wetenschappelijk onderzoek aan gespendeerd is. Het moge ook duidelijk zijn dat er van de meeste claims die gemaakt worden door de beoefenaars van deze geneeswijzen weinig overblijft  nadat ze kritisch beoordeeld worden. Van homepathie blijft niets over, er lijken nog enkele diuscussiepunten te zijn m.b.t. accupunctuur (mede veroorzaakt door de problemen met het opzetten van een duidelijk experimenteel kader), het werkzame deel van chiropractie lijkt niet onderscheidbaar te zijn van fysiotherapie, en alleen voor kruidengeneeskunde kan men soms duidelijke correlaties vinden. Dat laatste is natuurlijk niet helemaal vreemd aangezien vele medicijnen een oorsprong vinden in kruiden (bv aspirine, kinine). Dat de kruidengeneeskunde niet zonder extra risico is wordt ook voldoende aannemelijk gemaakt.

Daarnaast bevat het boek een interessant aanhangsel nl een snelle handleiding voor alternatieve geneeswijzen. Dit is vooral handig aangezien vooral in het wereldje van de alternatieve geneeskunde de kretologie en de eufemismen de overhand voeren. In dit aanhangsel worden een aantal alternatieve geneeskundes behandeld in de vorm: Naam, Beschrijving, Achtergrond, Wat is het Bewijs?, Conclusie.

Titel: Bekocht of Behandeld?
Auteurs: Simon Singh & Edzard Ernst
Jaar: 2010
Uitgever: Arbeiderspers (https://www.arbeiderspers.nl/web/Auteurs/Boek-5.htm?dbid=29173&typeofpage=94280)
ISBN: 9789029573139

Realitiet en Philip K. Dick

Een van die zaken waar je wel eens moe van wordt in discussies met – ware gelovigen – is het relativeren van het begrip –realiteit – in goed Nederlands – de werkelijkheid – genoemd. Het is ongelooflijk hoeveel pseudo metafysica je soms over je heen krijgt.  Over het algemeen beweert men dan dat feiten en werkelijkheid niet bestaan, een soort constructies van de geest zijn. Alles is mogelijk, als men maar wil. Mijn tegenargument was dan vaak de vraag wat men dacht dat er zou gebeuren als men van een gebouw van 10 m hoog springt richting een betonnen vloer. De realiteit komt je dan op een zeer harde manier tegenmoet en als je alleen maar je benen breekt kun je blij zijn. In dit soort discussies ging men nooit echt op dit soort argumenten in. Meestal werd er gebruik gemaakt van de klassieke ontwijk truc, nl over iets anders beginnen.

Laatst kwam ik een quote van Philip K. Dick (1928 – 1982) tegen een van de beste SF schrijvers uit het genre. Bijna al zijn boeken ondertussen verfilmd. De film – Blade Runner – is op een van zijn verhalen gebaseerd.

De quote die relevant is voor bovenstaand verhaal is:

   Reality is that which, when you stop believing in it, doesn’t go away.

Vrij vertaald:

De werkelijkheid is dat watt weigert weg te gaan als ik stop met erin te geloven.

Beter kan men het eigenlijk niet samenvatten.

A theory of ghosts

Regelmatig discussies hebbende met en veel lezende over wat mensen die in het alternatieve circuit van homeopathie, accupunctuur, magie, geesten, UFO’s, graancirkels, etc. geloven beweren is er een observatie die men vrij vaak kan maken. Ondanks dat men claimt niet in de wetenschappelijke methodiek te geloven is men nooit te beroerd om wetenschappelijke begrippen te hanteren alhoewel er eigenlijk meer spraak is van misbruik. Bij wat doorvragen blijkt dan namelijk vaak dat men geen idee heeft waar men over praat. Er is geen woord dat meer misbruikt wordt dan het woord `Energie’, maar uit persoonlijke ervaring kan ik vertellen dat zodra ik men gaat doorvragen naar de definitie van Energie men vaak geen antwoord krijgt. Zelfs als men de fysische definitie van energie geeft als zijnde de totale hoeveelheid arbeid die moet worden verricht om een systeem vanaf zijn grondtoestand in zijn huidige situatie te brengen weten veel alternatievelingen niet wat ze daarmee aan moeten en vallen terug in de gebruikelijke tactiek van over iets anders beginnen te praten.

Een ander begrip dat te pas en te onpas gebruikt wordt door dit soort alternatievelingen is het begrip `kwantummechanica’. Wat daarbij dan weer opvalt is dat men wel het woord graag gebruikt maar niet openstaat voor de consequenties oftewel de echte betekenis. Ik moest hier laatst weer aan denken toen ik een oud studieboek van mij oppakte (P.L. Lijnse; Kwantummechanica – Een eenvoudige inleiding; Het Spectrum; 1981; ISBN 9027462143; p. 107) en daar het (humoristische( artikel van D.A. Wright `A Theory of ghosts’ weer eens las. Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in `The Worm Runner’s Digest’ in 1971 maar is vele malen herdrukt o.a. in R.L. Weber’s  `A Randow Walk in Science’ uit 1971.

In dit artikel worden spoken of geesten op een kwantummechanische manier benaderd. Men gaat in eerste instantie uit van de observaties n.l. dat geesten zich door dichte deuren en muren heen kunnen bewegen (0.1 m dik). Een andere observatie schijnt te zijn dat ze zich niet kunnen verplaatsen uit oude gebouwen met zeer dikke muren (ca. 30 cm). Uitgaande van de basisbegrippen uit de golf mechanica (Schrödinger, 1928 en de Broglie met Brillouin, 1928) betekent dit dat de we praten over objecten waarvan de golffunctie afneemt tot ½.7 van de volle amplitude en waarvan de massa bij lage snelheid kleiner moet zijn dan die van een elektron met een factor 10^16 oftewel een massa van ca. 10^-46 kg.

Het moge duidelijk zijn dat een object met zulk een lage massa zeer gemakkelijk versneld kan worden tot zeer hoge snelheden zonder dat daar veel energie voor nodig is. Relativistische effecten (Einstein, 1905) zullen daarom snel een rol gaan spelen als zulk een object in beweging gebracht wordt. Het moge ook duidelijk zijn dat het relatief makkelijk zal zijn om zulk een object te versnellen tot een snelheid die boven de ontsnapping snelheid van het zwaartekrachtveld van de aarde is nl. 10 km/s (Newton, 1687). De energie die daarvoor benodigd is bedraagt slechts 10^-38 J. Een zuchtje wind is daarom meer dan voldoende om een geest op weg te helpen naar een reis door het zonnestelsel en misschien zelfs naar de sterren.