Kritisch denken

Kritisch denken is een hoorcollede van Johan Braeckman over het ontwikkelen van heldere ideeën en argumenten.

Helder, kritisch denken is lastiger dan het lijkt. Mensen zijn geneigd om onterechte verbanden te leggen, patronen te herkennen die niet bestaan en toevallige gebeurtenissen als betekenisvol te zien. We hebben moeite om rationeel over waarschijnlijkheid na te denken en vertrouwen meer op anekdotische verhalen dan op wetenschappelijk onderzoek. Johan Braeckman gaat in op de psychologische factoren die het kritisch denken bemoeilijken en verduidelijkt hoe we correcter kunnen leren denken en ons kunnen behoeden voor foute vormen van redeneren.

Over de spreker

Prof. dr. Johan Braeckman doceert filosofie aan de Universiteit Gent en was ‘Socrates hoogleraar’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde o.a. Darwins moordbekentenis en, samen met prof. Etienne Vermeersch, De Rivier van Herakleitos. Een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte. Eerder verscheen van hem het hoorcollege Darwin en de evolutietheorie.

ISBN/EAN :                       9789085309215
Publicatiedatum :          2010
Bindwijze:                       Audio CD
Auteur:                            Johan Braeckman

Kritisch denken

De ongelovige Thomas heeft een punt

In dit blog heb ik er al vaker melding van gemaakt dat ik lid ben van allerlei sceptische bewegingen (Skepsis, De vereniging tegen de Kwakzalverij) Ook ben ik lid geworden van de Skepsis Groep Amsterdam. Een van de activiteiten die we ondernemen is het lezen en bespreken van boeken.

Een van de boeken is `De ongelovige Thomas heeft een punt (een handleiding voor kritisch denken)’ en is geschreven door Johan Braeckman en Maarten Boudry.

De titel van het boek verwijst naar een verhaal in het nieuwe testament. Het refereert naar de apostel Thomas die niet kon geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan tenzij het bewezen werd. Hij ging pas overstag nadat hij met Jezus geconfronteerd werd en de wonden die Jezus toegebracht waren kon zien. Jezus nam hem dat kwalijk en zei ‘Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven’. In de kerkliteratuur wordt Thomas min of meer opgevoerd als zijnde een sul. De kern van het boek is er op gericht om aan te tonen dat Thomas eigenlijk nog niet kritisch genoeg was. Uitgaande van de stelling dat buitengewone beweringen om buitengewone bewijzen vragen had Thomas beter vast moeten stellen of hij niet gewoon belazerd werd.

Het boek is opgebouwd uit negen hoofdstukken. `De ondraaglijke lichtgelovigheid van de mens` is een inleidend hoofdstuk dat ingaat op menselijk bijgeloof en toelicht wat scepticisme en kritisch denken eigenlijk inhouden. `De kwetsbaarheid van het brein` legt uit hoe we de werkelijkheid om ons heen waarnemen en hoe de dataverwerking binnen ons brein ons parten kan spelen. `Over samenzweringstheorieën` gaat uiteraard over samenzweringen maar vooral over de manier van denken van mensen die dit soort theorieën aanhangen. Enkele hulpmiddelen worden aangereikt die helpen zulke theorieën te toetsen. `Over hoaxen en cryptiden` gaat over vormen van zelfbedrog. `De trukendoos van het geheugen` behandelt herinneringen. Het hoofdstuk laat o.a. zien hoe valse herinneringen opgewekt kunnen worden en welke consequenties dat kan hebben als therapeuten doordraven. `Zelfbedrog en cognitieve dissonantie` houdt ons een spiegel voor en laat zien hoe we met feiten omgaan die niet in ons wereldbeeld passen.  `Religie en het bovennatuurlijke` gaat over de meer religieuze thema’s zoals bv het leven na de dood maar ook spoken worden kritisch behandeld.  `Wetenschap en pseudowetenschap` gaat dieper in op wetenschapsfilosofie maar laat ook zien dat het soms niet altijd even makkelijk is om te bepalen wat onder wetenschap valt of onder pseudowetenschap. In `Onzin voor gevorderden` wordt het post-modernisme  kritisch doorgelicht en kan men concluderen dat er niet veel van overblijft.

Persoonlijk vind ik dat het boek in een zeer prettige stijl geschreven is. Nadat ik er eenmaal aan begonnen was heb ik het bijna in een keer uitgelezen (aangezien ik een fulltime baan heb bedoel ik hier een paar avonden mee). Het taalgebruik is niet complex en als er `moeilijke` woorden gebruikt worden zijn deze functioneel. Een van de doelstellingen van het boek is om de lezer te helpen om helder en kritisch te leren denken en wat dat betreft is het boek een geslaagd hulpmiddel.

Als ondersteuning voor het boek is er de website, alwaar men multimediale achtergrondinformatie voor elk hoofdstuk kan vinden.

Ook vermeldenswaard is dat men bij de NRC Handelsblad Academie een CD set  kan kopen die het hoorcollege ‘Kritisch Denken’ van Johan Braeckman bevat. Dit hoorcollege is een afspiegeling van het hier besproken boek.

Auteurs:            Johan Braeckman & Maarten Boudry
Titel:                  De ongelovige Thomas heeft een punt (een handleiding voor kritisch denken)
Uitgever:           Houtekiet
Jaar:                   2011 (5de druk in 2012)
ISBN:                  9789089241887

Skepsis congres op 26 October 2013

Lid zijnde van Skepsis heb ik een keer per jaar het voorrecht het Skepsis congres te mogen bijwonen. Dat bevalt elk jaar goed. Het programma kan men op het web vinden maar enkele sprekers maakten een paar opmerkingen die ik op dit blog wilde delen.

Willem Betz

Prof. em. dr. W. Betz was hoogleraar Huisgeneeskunde aan de VUB. Hij is thans ondervoorzitter van SKEPP.  Op dit congres deelde hij zijn ervaringen die hij in België heeft meegemaakt alwaar een poging wordt gedaan om de Wet Colla werkzaam te maken. Hij deed verslag van waarlijk Kafkiaanse ervaringen met ambtenaren en een minister die niet gehinderd door feiten alleen maar politieke doelen nastreven, bereid zijn om alles recht te praten wat krom is en dan ook nog durven te beweren dat ze dit doen om het publiek te beschermen.  Enkele citaten uit zijn lezing:

  • Gezondheid is een veel te ernstige zaak om aan de artsen over te laten.
    (Refererend naar de houding van overheid en ziekenfondsen momenteel lijken aan te nemen, ook heel herkenbaar voor Nederlanders)
  • De bevolking heeft recht op een goede kwaliteit kwakzalvers.
    (Refererend naar wat deze Wet Colla lijkt te willen bereiken)
  • Het verschil tussen osteopathen en chiropractici is dat je de laatsten al van ver weg kunt horen kraken.
  • Ze noemen zich niet-conventioneel maar willen wel bij de reguliere geneeskunde gaan behoren, zonder aan de conventie te willen voldoen nl een overtuigend bewijs voor werking te geven.
    (Refereren naar wat al die zgn alternatieve geneeskundige clubjes lijken te willen bereiken met hun campagne om erkend te willen worden)
  • We hebben recht op door de staat betaalde zakkenrollers.
    (Wederom refererend naar wat deze Wet Colla lijkt te willen bereiken)

Dap Hartmann

Dr. L. Hartmann is astronoom en universitair hoofddocent innovation management and entrepreneurship aan de TU Delft. Zijn verhaal had als titel het beroemde citaat van Carl Sagan.

Uitzonderlijke beweringen vereisen uitzonderlijk bewijs

Tijdens zijn lezing gaf hij ook verslag van de observatie dat mensen die in allerlei buitenissige zaken geloven (UFO’s, graancirkels, etc.) dit meestal niet beperken tot een buitenissigheid   maar vaak ook voor het hele spectrum gaan.

Oftewel: Een bijgeloof komt nooit alleen.

Hij sloot zijn lezing af met een prachtig Calvin en Hobbes citaat:

Sometimes I think the surest sign that intelligent life exists elsewhere in the universe is that none of it has tried to contact us

Bekocht of behandeld?

Zeker op dit blog probeer ik er geen geheim van te maken dat ik redelijk skeptisch ben en uiterst kritisch sta tegenover allerlei zogenaamde alternatieve geneeswijzen, occultisme en andere vormen van kwakzalverij en boerenbedrog.  Enkele jaren geleden ben ik daarom lid geworden van twee verenigingen, de – Vereniging tegen de Kwakzalverij  en – Skepsis -.  Skepsis  levert een kritische blik op buitengewone beweringen, pseudowetenschappelijke theorieën, dubieuze therapieën en paranormale overtuigingen terwijl de Vereniging tegen de Kwakzalverij meer georiënteerd is op het bevechten/bekritiseren van medische  wantoestanden.

Een van de voordelen van het lid zijn van deze vereniging is dat men de symposia en congressen kan bijwonen.  Op 2 oktober 2010 ben ik aanwezig geweest bij het symposium – Bewijs geleverd? – in het Felix Meritis  in Amsterdam dat georganiseerd werd door de Vereniging tegen de Kwakzalverij. De vraagstelling die als rode draad door de presentaties liep was: Hoe oordelen consumenten, behandelaars, wetenschappers en rechters over alternatieve behandelwijzen? Alle lezingen die dag heb ik als bijzonder boeiend ervaren, maar van slechts twee sprekers heb ik het boek dat zij gezamenlijk geschreven hebben die dag gekocht. Deze sprekers waren Simon SIngh en Edzard Ernst en het boek dat ik hier wil bespreken heet – Bekocht of behandeld, De feiten over alternatieve geneeswijzen -.

Dr. Edzard Ernst, arts en professor in ‘Complementary Medicine’ aan de Universiteit van Exeter (GB). Hij stichtte in 1993 aldaar de eerste leerstoel in Complementaire Geneeskunde en doet wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van alternatieve geneeswijzen. Hij is oprichter en hoofdredacteur van twee medische tijdschriften (FACT [‘Focus on Alternative and Complementary Therapies’] en Perfusion). Hij kreeg 13 wetenschappelijke prijzen, publiceerde meer dan 1000 artikelen alsmede meer dan 40 boeken. Het ziet er naar uit dat hij deze leerstoel gaat verliezen doordat Prins Charles (een gelovige in alternatieve geneeskunde en andere soorten van bijgeloof) druk heeft zitten uit te oefenen op het universiteitsbestuur om deze leerstoel op te heffen.

Dr. Simon Singh  is een gepromoveerd deeltjes fysicus. Hij was vanaf 1991 werkzaam bij de wetenschapsafdeling van de BBC en was ook gedurende vele jaren columnist bij de Britse kwaliteitskrant – The Guardian. Hij is de auteur van populair-wetenschappelijke boeken zoals: Fermat’s Last Theorem, The Code Book, Big Bang en natuurlijk het boek dat we hier bespreken en waarvan hij co-auteur was: Trick or Treatment, Alternative Medicine on Trial. Simon Singh is werd aangeklaagd wegens smaad door de Britse Vereniging van Chiropractoren, voor het maken van een genuanceerde opmerking in een van zijn columns, een strijd die hij na twee jaar op het nippertje gewonnen heeft. De publiciteit waarmee dit gepaard is gegaan heeft ertoe geleid dat de infame Britse –Libel Laws –  aangepast gaan worden.

Het boek zelf behandeld wetenschappelijk onderzoek dat uitgevoerd is op Alternatieve geneeswijzen en bevat ook een uitgebreide discussie over de principes van dit wetenschappelijk onderzoek, de valkuilen en hoe men de resultaten moet interpreteren.

‘Onze missie,’ stellen Simon Singh en Edzard Ernst, ‘is het onthullen van de waarheid over drankjes, zalfjes, pillen, naalden, kloppen en het werken met energieën. Remedies die buiten het domein van de conventionele geneeskunde liggen en in toenemende mate worden gebruikt om patiënten te genezen.’

In Bekocht of behandeld? gaan ze op zoek naar het antwoord op de volgende vragen:
*Wat werkt er wel en wat niet?
*Wat zijn de geheimen en wat de leugens?
*Wie is betrouwbaar en wie is het alleen om het geld te doen?
*Weten de artsen van tegenwoordig wat het beste is, of zijn we meer gebaat bij oudewijvenpraat, die teruggrijpt op oude wijsheid?

Persoonlijk vind ik dit een zeer goed geschreven boek, als ik eenmaal een het lezen was moest ik mezelf soms dwingen om het weg te leggen. Niet alle denkbare alternatieve geneeswijzen worden behandeld het boek richt zich op accupunctuur, homeopathie, chiropractische therapie en kruidengeneeskunde. De reden hiervoor is eigenlijk heel eenvoudig, dit zijn de geneeswijzen waar het meeste – echt – wetenschappelijk onderzoek aan gespendeerd is. Het moge ook duidelijk zijn dat er van de meeste claims die gemaakt worden door de beoefenaars van deze geneeswijzen weinig overblijft  nadat ze kritisch beoordeeld worden. Van homepathie blijft niets over, er lijken nog enkele diuscussiepunten te zijn m.b.t. accupunctuur (mede veroorzaakt door de problemen met het opzetten van een duidelijk experimenteel kader), het werkzame deel van chiropractie lijkt niet onderscheidbaar te zijn van fysiotherapie, en alleen voor kruidengeneeskunde kan men soms duidelijke correlaties vinden. Dat laatste is natuurlijk niet helemaal vreemd aangezien vele medicijnen een oorsprong vinden in kruiden (bv aspirine, kinine). Dat de kruidengeneeskunde niet zonder extra risico is wordt ook voldoende aannemelijk gemaakt.

Daarnaast bevat het boek een interessant aanhangsel nl een snelle handleiding voor alternatieve geneeswijzen. Dit is vooral handig aangezien vooral in het wereldje van de alternatieve geneeskunde de kretologie en de eufemismen de overhand voeren. In dit aanhangsel worden een aantal alternatieve geneeskundes behandeld in de vorm: Naam, Beschrijving, Achtergrond, Wat is het Bewijs?, Conclusie.

Titel: Bekocht of Behandeld?
Auteurs: Simon Singh & Edzard Ernst
Jaar: 2010
Uitgever: Arbeiderspers (https://www.arbeiderspers.nl/web/Auteurs/Boek-5.htm?dbid=29173&typeofpage=94280)
ISBN: 9789029573139

Realitiet en Philip K. Dick

Een van die zaken waar je wel eens moe van wordt in discussies met – ware gelovigen – is het relativeren van het begrip –realiteit – in goed Nederlands – de werkelijkheid – genoemd. Het is ongelooflijk hoeveel pseudo metafysica je soms over je heen krijgt.  Over het algemeen beweert men dan dat feiten en werkelijkheid niet bestaan, een soort constructies van de geest zijn. Alles is mogelijk, als men maar wil. Mijn tegenargument was dan vaak de vraag wat men dacht dat er zou gebeuren als men van een gebouw van 10 m hoog springt richting een betonnen vloer. De realiteit komt je dan op een zeer harde manier tegenmoet en als je alleen maar je benen breekt kun je blij zijn. In dit soort discussies ging men nooit echt op dit soort argumenten in. Meestal werd er gebruik gemaakt van de klassieke ontwijk truc, nl over iets anders beginnen.

Laatst kwam ik een quote van Philip K. Dick (1928 – 1982) tegen een van de beste SF schrijvers uit het genre. Bijna al zijn boeken ondertussen verfilmd. De film – Blade Runner – is op een van zijn verhalen gebaseerd.

De quote die relevant is voor bovenstaand verhaal is:

   Reality is that which, when you stop believing in it, doesn’t go away.

Vrij vertaald:

De werkelijkheid is dat watt weigert weg te gaan als ik stop met erin te geloven.

Beter kan men het eigenlijk niet samenvatten.

A theory of ghosts

Regelmatig discussies hebbende met en veel lezende over wat mensen die in het alternatieve circuit van homeopathie, accupunctuur, magie, geesten, UFO’s, graancirkels, etc. geloven beweren is er een observatie die men vrij vaak kan maken. Ondanks dat men claimt niet in de wetenschappelijke methodiek te geloven is men nooit te beroerd om wetenschappelijke begrippen te hanteren alhoewel er eigenlijk meer spraak is van misbruik. Bij wat doorvragen blijkt dan namelijk vaak dat men geen idee heeft waar men over praat. Er is geen woord dat meer misbruikt wordt dan het woord `Energie’, maar uit persoonlijke ervaring kan ik vertellen dat zodra ik men gaat doorvragen naar de definitie van Energie men vaak geen antwoord krijgt. Zelfs als men de fysische definitie van energie geeft als zijnde de totale hoeveelheid arbeid die moet worden verricht om een systeem vanaf zijn grondtoestand in zijn huidige situatie te brengen weten veel alternatievelingen niet wat ze daarmee aan moeten en vallen terug in de gebruikelijke tactiek van over iets anders beginnen te praten.

Een ander begrip dat te pas en te onpas gebruikt wordt door dit soort alternatievelingen is het begrip `kwantummechanica’. Wat daarbij dan weer opvalt is dat men wel het woord graag gebruikt maar niet openstaat voor de consequenties oftewel de echte betekenis. Ik moest hier laatst weer aan denken toen ik een oud studieboek van mij oppakte (P.L. Lijnse; Kwantummechanica – Een eenvoudige inleiding; Het Spectrum; 1981; ISBN 9027462143; p. 107) en daar het (humoristische( artikel van D.A. Wright `A Theory of ghosts’ weer eens las. Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in `The Worm Runner’s Digest’ in 1971 maar is vele malen herdrukt o.a. in R.L. Weber’s  `A Randow Walk in Science’ uit 1971.

In dit artikel worden spoken of geesten op een kwantummechanische manier benaderd. Men gaat in eerste instantie uit van de observaties n.l. dat geesten zich door dichte deuren en muren heen kunnen bewegen (0.1 m dik). Een andere observatie schijnt te zijn dat ze zich niet kunnen verplaatsen uit oude gebouwen met zeer dikke muren (ca. 30 cm). Uitgaande van de basisbegrippen uit de golf mechanica (Schrödinger, 1928 en de Broglie met Brillouin, 1928) betekent dit dat de we praten over objecten waarvan de golffunctie afneemt tot ½.7 van de volle amplitude en waarvan de massa bij lage snelheid kleiner moet zijn dan die van een elektron met een factor 10^16 oftewel een massa van ca. 10^-46 kg.

Het moge duidelijk zijn dat een object met zulk een lage massa zeer gemakkelijk versneld kan worden tot zeer hoge snelheden zonder dat daar veel energie voor nodig is. Relativistische effecten (Einstein, 1905) zullen daarom snel een rol gaan spelen als zulk een object in beweging gebracht wordt. Het moge ook duidelijk zijn dat het relatief makkelijk zal zijn om zulk een object te versnellen tot een snelheid die boven de ontsnapping snelheid van het zwaartekrachtveld van de aarde is nl. 10 km/s (Newton, 1687). De energie die daarvoor benodigd is bedraagt slechts 10^-38 J. Een zuchtje wind is daarom meer dan voldoende om een geest op weg te helpen naar een reis door het zonnestelsel en misschien zelfs naar de sterren.

50 great myths of popular psychology

Enige tijd geleden heb ik me over “Vijftig grootste misvattingen in de Psychologie” gebogen.

Titel: 50 great myths of popular psychology – Shattering Widespread Misconceptions about Human Behavior
Auteur: Scott O. Lilienfeld, Steven Jay Lynn, John Ruscio, Barry L. Beyerstein
Uitgever: Wiley-Blackwell
Jaar: 2010
ISBN:  9781405131124

Titel: De vijftig grootste misvattingen in de psychologie
Auteurs:  Scott O. Lilienfeld, Steven Jay Lynn , Barry L. Beyerstein, John Ruscio , Amy Bais
Uitgever: Bert Bakker
Jaar: 2010
ISBN10:  9035135695
ISBN13:  9789035135697


Als je met dit boek begint denk je een dikke pil te verteren hebt maar gelukkig (?) blijkt ca. 1/3 van het boek uit referenties te bestaan, hetgeen in ieder geval aangeeft dat de auteurs niet over een nacht ijs gegaan zijn tijdens het schrijven van dit boek.

Al met al leest het boek gemakkelijk, tenzij men elke referentie gaat napluizen hetgeen de “leesflow” niet ten goede komt. Het boek opent met een korte introductie in de psychomythologie, waarin men een overzicht krijgt over de typisch menselijke waarnemingsbeperkingen en drogredenen die kunnen bijdragen aan het ontstaan van dergelijke mythes. De mythes die behandeld worden zijn geclusterd in 11 gebieden, te weten “hersen macht”, “van baarmoeder tot graf”, “herinneringen uit het verleden”, “oude honden nieuwe trucjes leren”, “veranderende percepties”, “ik heb een gevoel”, “het sociale dier”, “ken uzelve”, “bedroefd, kwaad en slecht”, “wanorde in de rechtszaal” en “kunde en pillen”. Elke cluster of hoofdstuk wordt afgesloten met een lijst met eenregelige toelichting van mythes die men zelf kan onderzoeken. Als startpunt worden enkele literatuurreferenties meegegeven. Ik wil in deze bespreking niet alle mythes opnoemen maar als voorbeeld wil ik wel een paar van de meer bekende opnoemen nl “de meeste mensen gebruiken maar 10% van hun hersen capaciteit”, “de meeste mensen ondergaan rond de 40 of 50 een midlife crisis”, “een positieve levenshouding kan kanker weerstaan” en  “de meeste mensen die in hun jeugd seksueel misbruikt zijn ontwikkelen ernstige persoonlijkheidsstoornissen als ze volwassen zijn”.

Hoe een mythe gefileerd wordt kan men het best illustreren met een voorbeeld, Mythe  4: Visuele waarneming wordt vergezeld door emissies vanuit het oog. De algemene benadering is om een mythe eerst toe te lichten, vervolgens de mentale denkfouten toe te lichten waarna de feiten  ter tafel gebracht worden.

Eerst wordt de lezer uitgedaagd om eens goed om zich heen te kijken, op een voorwerp te fixeren, en vervolgens de vraag te beantwoorden of er iets uit zijn ogen kwam. Voor iemand met enige optica kennis komt deze vraag heel vreemd over. Psychologisch onderzoek laat echter zien dat dit idee bewust of onbewust bij veel mensen leeft. Denk hierbij ook aan populaire comics (Superman met zijn X-ray ogen, Cyclops van de X-men met zijn laser ogen, etc.) en aan kreten zoals “priemende ogen”. Meerdere voorbeelden, met de bijbehorende referenties, worden behandeld. Ook wordt een poging gedaan om de oorsprong van deze mythe te duiden. De lichtflitsjes die men kan waarnemen bij gesloten ogen (individuele fotonen) of als men in zijn ogen wrijft is door sommigen aangegeven als een mogelijke verklaring van deze mythe. Ook de observatie dat de ogen van sommige dieren in het donker lijken op te lichten is genoemd als een mogelijke oorzaak. Echt zeker weet men het echter niet. Wat vooral interessant lijkt te zijn is dat deze mythe moeilijk uit te roeien is. Zelfs nadat mensen voorgelicht zijn over de werking van het licht en het oog, en deze verklaring ook lijken te accepteren, blijkt uit studies dat dit deze mythe na enige tijd weer terugkeert.

Waar ik met dit boek ook mee geconfronteerd werd is dat ik als “oudere jongere” in mijn jeugd veel van de beweringen die in dit boek vermeld staan voor waar heb aangenomen, hetgeen mij weer liet nadenken over de “waarom” vraag.  Het antwoord is volgens mij dat je indertijd met dit soort beweringen geconfronteerd werd op de TV, in kranten (ook de meer serieuze) en populair wetenschappelijke tijdschriften (Kijk en Natuur en Techniek). In het dorp waar ik opgroeide, was er weliswaar een bibliotheek, maar in mijn herinnering was de non-fictie sectie ook weer niet extreem groot. Ik geloof niet dat met de informatie die je daar kon vinden dit type beweringen kon fileren. Ook toen ik begin jaren 80 naar A’dam verhuisde was het niet zo dat je er zo gemakkelijk achter kon komen waar dit soort informatie te vinden was. De Openbare Bibliotheek op de Prinsengracht bevatte welliswaar veel meer boeken maar om de vraag aan de informatie te koppelen was waarschijnlijk weer net iets te lastig. Alhoewel ik het indertijd ook wat drukker had met ander zaken en me dit soort vragen wat minder vaak stelde dan ik het nu doe blijft het kernpunt echter dat in die tijden (lang…lang geleden) het vinden van specifieke informatie op een bepaald gebied veel lastiger was, en dat is tegenwoordig in het internettijdperk toch heel wat makkelijker. Er staat natuurlijk veel onzin op het web maar daar staat tegenover dat er ook  veel meer “echte” informatie te vinden is en, misschien nog wel belangrijker, dat het tegenwoordig makkelijker om informatie te koppelen. Wat nu, maar ook vroeger belangrijk was,  is dat men  enige gedegen kennis moet bezitten om de gevonden informatie op zijn waarde (zin of onzin) te kunnen beoordelen.  Gedegen kennis gekoppeld aan wat eenvoudige regels (controleer de bron) helpt je al een heel eind op weg.

Oftewel, zoals ik het ooit eens ietwat ironisch heb proberen weer te geven in onderstaande illustratie, het is een betere wereld voor skeptici in het Google tijdperk…..

Religie, Atheïsme en Moraliteit

Een van de argumenten die atheïsten vaak naar hun hoofd geslingerd krijgen is dat ze geen moraal zouden kunnen hebben aangezien ze niet in een hogere macht geloven die morele sturing geeft. Men gaat soms zelfs verder en beweert dat de misdaden die door Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn gepleegd het resultaat waren van het atheïsme dat deze massamoordenaars onderschreven (bijvoorbeeld in Ben Steins film “Expelled: No Intelligence Allowed”). Het mag dan zo zijn dat veel oorlogen gevoerd en moorden gepleegd zijn in naam van de religie maar dat aantal doden valt in het niet bij het aantal doden dat toe te schrijven is aan bovengenoemde dictators (al vraag ik mij af of dat inderdaad nog zo zou zijn als men het cumulatief zou benaderen). Het eerste tegenargument dat degene die bij deze redenering enkele vraagtekens plaatst, kan opvoeren is dat deze misdaden niet werden uitgevoerd in naam van Atheïsme maar uit politieke, raciale en nationalistische motieven. Ook kan men naar voren brengen dat alhoewel Stalin, Mao Zedong en  Pol Pot bijna zeker atheïsten waren, dat datzelfde niet zo gemakkelijk over Hitler beweerd kan worden (Hitlers uitspraken op dit gebied waren nogal ambigue).  Ik persoonlijk onderschrijf ook een ander punt dat door sommigen gemaakt wordt, namelijk dat fascisme en communisme, door hun extreem dogmatisme en de persoonlijkheidscultus die onderdeel waren van het systeem nagenoeg niet te onderscheiden zijn van een religie (Mao, Stalin en Hitler waren ‘vleesgeworden’ Goden).

Als men nog een beetje verder denkt bevreemdt het religieuze argument nog meer. Er zijn voldoend voorbeelden in de Bijbel te vinden (in het Oude Testament maar ook in het Nieuwe Testament) die men moreel gezien zeker niet meer acceptabel vind. Vooral in het Oude Testament kan men ook voorbeelden vinden van wat we tegenwoordig massamoorden of genocide zouden noemen.

Een van de betere voorbeelden hiervan vind ik persoonlijk (aangezien ik de eerste keer dat ik over deze passage hoorde niet kon geloven dat het waar was) de oorlog met de Medianieten zoals beschreven in het Oude Testament (Numeri 31). De relevante passages zijn:

1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
2 Neem de wraak der kinderen Israels van de Midianieten; daarna zult gij verzameld worden tot uw volken.
3 Mozes dan sprak tot het volk, zeggende: Dat zich mannen uit u ten strijde toerusten, en dat zij tegen de Midianieten zijn, om de wraak des HEEREN te doen aan de Midianieten.
….
9 Maar de kinderen Israels namen de vrouwen der Midianieten, en hun kinderkens gevangen; zij roofden ook al hun beesten, en al hun vee, en al hun vermogen.
….
12 Daarna brachten zij de gevangenen, en den buit, en den roof, tot Mozes en tot Eleazar, den priester, en tot de vergadering der kinderen Israels, in het leger, in de vlakke velden van Moab, dewelke zijn aan de Jordaan van Jericho.
13 Maar Mozes en Eleazar, de priester, en alle oversten der vergadering, gingen uit hen tegemoet, tot buiten voor het leger.
14 En Mozes werd grotelijks vertoornd tegen de bevelhebbers des heirs, de hoofdlieden der duizenden, en de hoofdlieden der honderden, die uit den strijd van dien oorlog kwamen.
15 En Mozes zeide tot hen: Hebt gij dan alle vrouwen laten leven?
……
17 Nu dan, doodt al wat mannelijk is onder de kinderkens; en doodt alle vrouw, die door bijligging des mans een man bekend heeft.
18 Doch al de kinderen van vrouwelijk geslacht, die de bijligging des mans niet bekend hebben, laat voor ulieden leven.
…..
35 En der mensen zielen, uit de vrouwen, die geen bijligging des mans bekend hadden, alle zielen waren twee en dertig duizend.
……

Hoe je het ook wilt bekijken hier staat duidelijk beschreven dat deze oorlog gevoerd werd in naam van en op bevel van God. Een van de hoofdrolspelers is Mozes, de man die schijnbaar een directe communicatielijn naar God heeft en die, als ik me toch niet heel erg vergis, als een van de belangrijkste profeten en heiligen wordt beschouwd. Op een website over heiligen vond ik het citaat: ‘De meest zachtmoedige onder de mensen‘. Na het lezen van deze Bijbelse passages vraag je je echter af waar deze uitspraak op gebaseerd is.

In deze passage wordt in ieder geval duidelijk beschreven dat op bevel van Mozes die op zijn beurt weer handelde op bevel van God, heel wat mensen afgeslacht werden. Datgene wat ik mij echter al een tijdje afvroeg was hoeveel dat er eigenlijk waren. Daar heb ik een “achterkant van de envelop” afschatting van proberen te maken, uitgaande van de 32000 meisjes die niet afgeslacht werden. Deze schatting is weergegeven in onderstaande tabel.

Ca. 2000 BC waren gezinnen schijnbaar redelijk groot, 10 personen lijkt een redelijke schatting te zijn, hetgeen impliceert dat er 8 kinderen waren. Statistisch gezien is de helft daarvan vrouw en aangezien meisjes al vrij jong uitgehuwelijkt werden lijkt me een schatting dat de helft daarvan een leeftijd had jonger dan 12/13 jaar wel redelijk. Tegenwoordig hebben we Excel dus is het gemakkelijk een beetje met deze getallen te spelen waardoor ik een geschatte originele populatie van 100000 tot 300000 mensen krijg. Een tweede conservatieve aanname die we maken is dat alle volwassen mannen bij de strijd betrokken waren en op het slagveld zijn gedood. Met wat fantasie kunnen we die op basis van ook het huidige oorlogsrecht als “legale” doden beschouwen. Al met al blijft dat echter betekenen dat waarschijnlijk ca. 100000 weerloze mensen afgeslacht zijn in naam van de Heer.

Bovenstaande zijn echter ‘getallen’ die op zich niet tot de verbeelding spreken, ze zijn te groot om goed te kunnen bevatten. Daarom heb ik geprobeerd deze aantallen in een meer historisch perspectief te plaatsen. De totale wereldbevolking wordt in die tijd op 35 miljoen geschat en een eenvoudig rekensommetje leert ons dan dat in naam van de Heer ca. 0.3 % van de wereldbevolking is afgeslacht.

Ook dat is maar een getal dus ik heb naar een meer aansprekend voorbeeld gezocht om dat mee te vergelijken, en waar tegenwoordig geen discussie meer over is dat dit moreel gezien absoluut verwerpelijk was. Ondanks dat ik nu het risico loop dat de Wet van Godwin aangeroepen wordt, moge het duidelijk zijn dat de Holocaust het juiste vergelijk levert. In die Holocaust zijn ca. 5-6 miljoen joden vermoord. Voeren we nu een soortgelijke berekening uit dan krijgen we de volgende getallen:

Het resultaat vind ik beklemmend. In absolute aantallen gezien hebben de Duitsers meer mensen vermoord maar in relatieve aantallen gezien laten Mozes en zijn opdrachtgever de Nazi’s achter zich.

Het morele standpunt moge duidelijk zijn, dit is een duidelijk voorbeeld van Genocide. Volgens de huidige morele en juridische principes kunnen we Mozes en dus ook God, de opdrachtgever, alleen nog maar beschouwen als massamoordenaars.

Alle drie de grote monotheïstische godsdiensten (christendom, jodendom en islam) grijpen terug op verhalen uit het oude testament, meer specifiek op Abraham en Mozes. Een van de zaken die ik mij afvroeg was hoe religieuze mensen nu met deze passage omspringen. Gelukkig helpt Google daarbij (GIYF). Ik heb me hierbij bewust beperkt tot de christelijke godsdienst aangezien ik daar zelf het meest bekend mee ben. Hierbeneden geef ik enkele links die ik over dit onderwerp heb gevonden:

Er lijken drie strategieën toegepast te worden nl. negeren, verdraaien of wegredeneren en goedpraten. Er wordt wel eens “Ach und Wee” geroepen, maar daar blijft het eigenlijk bij. Soms vroeg ik me af we wel dezelfde passage gelezen hadden. Nergens vind ik echter terug dat deze actie moreel gezien verwerpelijk was.

Het excuus dat mijn begrip echter te boven gaat is de redenering van William Lane Craig. Onderstaand citaat komt van zijn blog en bespreekt een van de andere genocides beschreven in het Oude Testament:

“So whom does God wrong in commanding the destruction of the Canaanites? Not the Canaanite adults, for they were corrupt and deserving of judgement. Not the children, for they inherit eternal life. So who is wronged? Ironically, I think the most difficult part of this whole debate is the apparent wrong done to the Israeli soldiers themselves. Can you imagine what it would be like to have to break into some house and kill a terrified woman and her children? The brutalizing effect on these Israeli soldiers is disturbing.”

In 2011 heeft Richard Dawkins aangegeven  niet meer met Craig te willen debatteren op  basis van de argumenten die Craig aandraagt voor het “goedpraten” van Genocide. In het kader van bovenstaande wil ik wijzen op Ken Perrot’s blog ‘Open Parachute’ waar een aantal van deze zaken gedetailleerd behandeld wordt o.a. ‘Concern over William Lane Craig’s justification of biblical genocide’, ‘Dawkins responds to a stalker – Craig gets his debate’ en ‘Outsourcing moral decisions to justify genocide’. Uiteindelijk heeft Dawkins trouwens wel met Craig gedebatteerd tijdens het ‘Los origenes del futurto’, eind 2011.

Ik ben zojuist begonnen met het lezen van Stephen Pinkers boek “The better Angels of our Nature – Why violence has declined”. Interessant genoeg gaat het eerste hoofdstuk in dat boek over de wreedheden die mensen elkaar aandeden in deze klassieke oudheid (Is dit toeval of had het zo moeten zijn?). Het lijkt wel of indertijd, en ook nog tot eeuwen daarna, niemand zich afvroeg of deze wreedheden wel moreel verantwoord waren. Ook kruisiging komt ter sprake en een interessante opmerking die gemaakt wordt in het boek is dat de kruisiging als veroordeling voor criminelen ook in het NT (en indertijd in zijn algemeenheid) niet ter discussie gesteld wordt. Alleen dat “Jezus” gekruisigd werd schijnt min of meer een kwestie te zijn.

Onder bijbeldeskundigen schijnt discussie te zijn of deze specifieke gebeurtenissen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden (schijnbaar komen op een later tijdstip in de chronologie van de Bijbel de Medianieten weer voor). Dat kan misschien zo zijn maar ook dan blijft het gaan om een verhaal in een heilig boek waar gebeurtenissen in worden beschreven waarover we een morele uitspraak kunnen doen.

Een ander tegenargument dat wel eens naar voren gebracht wordt is dat veel van de verhalen in de Bijbel allegorisch benaderd moeten worden. Dat kan natuurlijk zo zijn maar als de Bijbel het woord van God is en je moraliteitsprincipes vervolgens zijn gebaseerd op geselecteerde passages uit die Bijbel, waarbij de tijdsperiode waarin je leeft mede bepaalt welke moraliteits sturende verhalen uit de Bijbel acceptabel zijn, dan creëer je voor anderen een gevoel van willekeur. Ook komt dan de vraag naar boven drijven wie eigenlijk bevoegd is om de keuzes te maken en op basis van welke hoogstaande principes deze personen geselecteerd worden. Een beetje historisch besef leert ons dat alle mensen “kinderen van hun tijd” zijn, en dus ook de vooroordelen van die tijd in hun persoonlijkheid en moraliteitsbesef verwerkt hebben. Logica zegt mij dan dat elk boek dat door mensen geschreven is daarvan een reflectie is. Een “boek der boeken” dat buiten dat tijdsbesef staat kan dus eigenlijk niet bestaan, hetgeen weer de stelling weerspreekt dat de Bijbel het “Woord van God” is, als God een oppermachtig wezen is.

Uiteindelijk is deze poging om een, in oorsprong redelijk eenvoudige vraag te beantwoorden, voor mij persoonlijk weer een lesje geworden in onderkennen dat je er soms niet echt achter kunt komen hoe sommige mensen redeneren, vooral als het om ideeën gaat die niet verenigbaar zijn met een bepaald gedachtenpatroon. Het blijft me ook verbazen hoeveel moeite sommige mensen doen om zaken recht te praten die krom zijn, zelfs als het in principe gaat om morele principes die nagenoeg iedereen lijkt te onderschrijven. Ik ben me er volledig van bewust dat het hier om een vorm van “cognitieve dissonantie” gaat, een effect waar we allemaal mee te maken hebben. Maar zelfs door dit laatste te proberen onderkennen lukt het me niet om in mijn eigen hoofd de redeneerstappen te doorlopen die het mogelijk maken om excuses te verzinnen voor dit soort wandaden (zelfs al zijn deze allegorisch bedoeld).

Steven Pinker
The better angels of our nature (Why violence has declined)
2011
Penguin
ISBN 9780670021358

The Debunking Handbook

De website SkepticalSience.com is een website die zich richt op het verklaren van de wetenschap achter klimaatsverandering maar misschien nog meer op het leveren van tegenargumenten  tegen de misinformatie die verspreid wordt op het gebied van `global warming’.  Dit doet ze o.a. door de (non)argumenten die vaak gehanteerd worden in deze discussie een voor een te behandelen en daarop een wetenschappelijk beargumenteerd antwoord op te geven. Een andere manier is het gratis als pdf file ter beschikking stellen, aan iedereen die de website bezoekt, van het  `Debunking Handbook’ dat geschreven is door John Cook en Stephan Lewandowsky (November 2011).  Het pamflet bevat 6 pagina’s aan informatie en 1 pagina bibliografie.

Ik heb voor de zekerheid nog eens in mijn Prisma woordenboek opgezocht waar `debunking` precies voor staat. Ik vond drie omschrijvingen nl. ontmaskeren, van zijn voetstuk stoten en de meer figuratieve betekenis van tot zijn ware proporties terugbrengen. De meer figuratieve betekenis spreekt me eigenlijk iets meer aan maar in het spraakgebruik bedoelt men vaker ontmaskeren.

Het boekje biedt enkele praktische richtlijnen aan die effectief om de invloed die misinformatie uitoefent te reduceren. Begonnen wordt met de waarschuwing dat als men misinformatie probeert te ontmaskeren men soms een tegenovergesteld effect bereikt en de misinformatie zelf versterkt. Bij dit type communicatie is het dus noodzakelijk om er rekening mee te houden dat een poging tot ontmaskering een averechts effect kan hebben. Het boekje biedt enkele methoden om dit effect te voorkomen. Daarnaast wordt uitleg gegeven over het meest belangrijke onderdeel van het ontmaskeringstraject nl. het presenteren van een alternatieve verklaring.

Om effectief te kunnen ontmaskeren moet men aan drie voorwaarden voldoen. Als eerste moet het weerwoord gefocust zijn op de basis feiten en niet op de misinformatie zelf. Dit om te voorkomen dat de misinformatie zelf meer aandacht krijgt. Ten tweede geeft men altijd eerst een waarschuwing dat de informatie die men gaat bespreken niet klopt. Ten derde is het essentieel dat de men een alternatieve verklaring aanbiedt waarin de kernstukken van de misinformatie opgenomen zijn.

Een van de effecten die tegen ontmaskering kan werken noemt men het  `Familiarity Backfire Effect`.  Hiermee bedoelt men dat door het proberen ont maskeren men de misinformatie herhaald en zo uiteindelijk de mythe versterkt. Door het herhalen van de misinformatie werkt de poging tot ontmaskeren averechts. De manier om dit effect the voorkomen is ervoor te waken dat men de misinformatie herhaald en zicht te concentreren op de feiten die men wil overbrengen. Indien men er niet aan ontkomt om de misinformatie te herhalen kan men het beste ervoor zorgen dat de nadruk op de feiten komt te liggen.

Een ander effect is het ` Overkill Backfire Effect’. Indien men teveel argumenten aandraagt overlaadt men als het ware degenen die men wil overtuigen en kan men eindigen met een situatie waar de misinformatie versterkt is. Het beste is om op dat gebied economisch te werken en te focussen op enkele van de meest krachtige feiten en die te presenteren op een manier die gemakkelijk te verwerken is.  Houdt het taalgebruik eenvoudig en gebruik korte zinnen. Probeer te eindigen met een eenvoudige maar sterke boodschap.

Het `Worldview Backfire Effect’ is het effect waar men het meeste last van kan krijgen aangezien het te maken heeft me de manier waar mensen naar de wereld kijken en hun culturele achtergrond. Het is praktisch onmogelijk voor iedereen om informatie onbevooroordeeld te verwerken. Als iemand al erg overtuigd is van zijn eigen gelijk zullen tegenargumenten er alleen maar toe leiden dat men in zijn opvattingen versterkt wordt. Men spendeert dan onevenredig veel tijd om tegenargumenten te verzinnen. Sceptici herkennen dit als `cognitieve dissonantie`. Dit effect is moeilijk te overkomen. Het is daarom vaak beter de aandacht in eerste instantie te richten op diegenen waarbij de misinformatie nog niet zo sterk verankerd is. Een tweede benadering heeft meer te maken met de manier waarop men de tegenargumenten brengt. Het doel is dan de informatie te verstrekken op een manier die het minst bedreigend is voor degene waarvan het wereldbeeld aangevallen wordt. Dit kan men proberen te bereiken door eerst een poging te doen het zelfbeeld te versterken (door bv een episode proberen op te roepen waar de betreffende persoon zelfbewust en krachtig is opgetreden).  Een tweede manier heeft meer te maken met het woordgebruik dat men bezigt. Probeer woorden te vermijden die als bedreigend ervaren kunnen worden (hetgeen overigens sterk afhankelijk kan zijn van de culturele en politieke achtergrond van de betreffende persoon).

Mensen verwerken informatie door een mentaal model te bouwen dat een verklaring geeft. Dat gebeurt ook met misinformatie. Als men echter valide tegenargumenten aandraagt slaat dat een gat in dat mentale model. Om dit dilemma op te lossen geven mensen toch vaker de voorkeur aan een foutief model dat compleet overkomt dan een correct model dat als incompleet ervaren wordt. Daarom is het van belang om ervoor te zorgen dat men een alternatieve verklaring kan aanbieden die het betreffende gat kan opvullen. Dat zou een gedegen uitleg kunnen zijn waarom de mythe foutief, door bv te bewijzen dat de mythe gebaseerd is op retoriek en niet op feiten. Om een alternatieve verklaring  geaccepteerd te krijgen moet deze plausibel zijn en alle geobserveerde kenmerken van de gebeurtenis kunnen verklaren.

Het laatste advies dat gegeven wordt kan men samenvatten als ‘plaatjes zeggen meer dan woorden`.  Informatie die op een grafische manier gepresenteerd is wordt beter verwerkt en begrepen. Het handboek geeft wat dat betreft enkele mooie voorbeelden.

Al met al bezie ik `The Debunking Handbook’ als een effectieve vorm van kennis overdracht.

(Een beetje frustrerend is wel dat ik voor het samenvatten van 6 pagina’s tekst en plaatjes nog altijd bijna 2 pagina’s nodig had. Niet iets wat men echt een samenvatting kan noemen ….)

Dutch translation of the Debunking Handbook

Een compilatie van enkele zeer belangrijke maar minder bekende wetenschappelijke principes.

Een compilatie van enkele zeer belangrijke maar minder bekende wetenschappelijke principes.  Ik heb er voor gekozen deze niet te vertalen.

MURPHY’S LAW – If anything can go wrong, it will.

SKINNER’S CONSTANT – That quantity which, when multiplied by, divided by, added to, or subtracted from the answer you get, gives you the answer you should have gotten. (This is also known as Flannegan’s Finangling Factor)

HORNER’S FIVE-THUMB – Experience varies directly with equipment ruined.

CAHN’S AXIOM – When all else fails, read the instructions.

THE SPARE PARTS PRINCIPLE – The accessibility, during recovery of small parts which fall from the work bench, varies directly with the size of the part – and inversely with its importance to the completion   of the work underway.

GUMPERSON’S LAW – The probability of a given event occurring is inversely proportional to its desirability.

THE ORDERING PRINCIPLE – Those supplies necessary for yesterday’s experiment must be ordered no later than tomorrow noon.

THE TRANSCRIPTION SQUARE LAW – The number of errors made is equal to the sum of the “squares” employed.

CHISHOLM’S LAW OF HUMAN – Anytime that things appear to be going better you have overlooked something.

RIDDLE’S CONSTANT – There are coexisting elements in frustration phenomena which separate expected results from achieved results.

THEORY OF INTERNATIONAL INTERACTION – In any calculation, any error which can creep in will.

RULE OF ACCURACY – When working toward the solution of a problem, it always helps if you know the answer.

ADVANCED’S COROLLARY – Provide, of course, that you know there is a problem.